
Raadpleging toekomst landelijk gebied
PolitiekDe provincie is begonnen met een raadpleging op internet waar bewoners van Noord-Holland kunnen aangeven wat zij in de toekomst belangrijk vinden voor de toekomst van het landelijk gebied in Noord-Holland waaronder Texel.
De raadpleging - die hier te vinden is - is bedoeld voor het Provinciaal Programma Landelijk Gebied dat de provincie op 1 juli bij het Rijk moet inleveren. De deelnemers kunnen bij de raadpleging aangeven hoe het landelijk gebied in de toekomst uit moet komen te zien, waar de provincie zich voor moet inspannen en waar de provincie geld aan zou moeten besteden.
De raadpleging is volgens de provincie inhoudelijk vormgegeven in samenwerking met gemeenten, waterschappen, landbouw-, natuur- en recreatieve organisaties en ondernemers uit Noord-Holland. Hij duurt tot en met vrijdag 26 mei.
De resultaten plus een startversie van het Provinciaal Programma Landelijk Gebied liggen donderdag 1 juni op tafel bij Provinciale Staten van Noord-Holland. Op maandag 12 juni debatteren Provinciale Staten hierover om tot richtinggevende adviezen te komen.
“De adviezen worden verwerkt in de startversie van het Provinciaal Programma Landelijk Gebied, dat de provincie op 1 juli 2023 oplevert bij het Rijk. De resultaten van de raadpleging worden ook gebruikt bij de verdere uitwerking van het Provinciaal Programma Landelijk Gebied in Noord-Holland. Daarnaast blijft de provincie doorgaan met participatie in de gebiedsprocessen.”
Voor de achtergrond: het Provinciaal Programma Landelijk Gebied is de Noord-Hollandse invulling van het Nationaal Programma Landelijk Gebied waarin de natuur-, water- en klimaatdoelen beschreven waar de Rijksoverheid en alle provincies in Nederland de komende jaren mee aan de slag gaan. Het eigen programma van Noord-Holland wordt een vertaling van de Europese en landelijke doelen naar de eigen gebieden.
“Hoe zorgen we bijvoorbeeld voor een gezonde natuur? Wat moet er gebeuren om onze waterkwaliteit te verbeteren? Hoe brengen we de CO2-uitstoot naar beneden? En hoe zorgen we voor een duurzaam toekomstperspectief voor de landbouw en andere economische dragers van het landelijk gebied?”







