Logo texelsecourant.nl
Begrafenisplechtigheid op de Groenepaats van een aangespoelde Duitse soldaat.
Begrafenisplechtigheid op de Groenepaats van een aangespoelde Duitse soldaat. (Foto: Bron: Simon Dros)
75 jaar vrijheid

Oorlog ontwricht de samenleving

  Historie

Dit jaar is het 75 jaar geleden dat Nederland werd bevrijd. In de aanloop naar de bevrijding besteedt de Texelse Courant, in samenwerking met het 4 & 5 mei Comité Texel, regelmatig aandacht aan de Tweede Wereldoorlog. Vandaag: Oorlog ontwricht de samenleving.

Schaarste, beperkingen, ontwrichting, tewerkstelling, geroofde kerkklokken, gevorderde kotters, amper toerisme en geen export. Maar ook vindingrijkheid en onderduikers. Het beeld van het dagelijks leven op Texel tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Vuurtoren


Het licht in de vuurtoren, bij de Russenoorlog zwaar beschadigd, brandde tijdens de oorlog niet (Foto: archief LOMT).

Oorlog zorgt voor vergaande ontwrichting. Op het eiland, maar ook op het water. De scheepvaart moest het bijvoorbeeld zonder het vertrouwde lichtbaken op de punt van het eiland stellen. Toen de vuurtoren in 1914 vijftig jaar bestond, stond het licht dat zeevarenden sinds 1864 waarschuwde voor het beruchte scheepskerkhof de Eierlandse Gronden op non actief. Dat zou gedurende de hele Eerste Wereldoorlog zo blijven.


De Texelse Engelandvaarders, hier in 1978, gingen met de Joan Hodshon hulp halen in Engeland. 

Ook toen de vuurtoren in 1939 75 jaar bestond, en de mobilisatie was afgekondigd, was het licht gedoofd. En dat zou de hele Tweede Wereldoorlog zo blijven. Toen tijdens de Russenoorlog Georgiërs zich er in verschansten, werd de toren in puin geschoten, zodat ook na de bevrijding het licht niet brandde. Met als gevolg dat de Deense driemaster Mercuur II in december 1945 op weg naar Kopenhagen in zware mist midden in het Eierlandse Gat op een zandbank liep. Het vaartuig kwam niet meer vlot en ging verloren. Lichtpuntje was wel dat de betonning zoveel mogelijk op orde werd gehouden. Door ijsgang was veel schade ontstaan, met name aan de markeringen in het Eierlandse Gat. Met beperkte middelen slaagden Texelaars er tijdens de Russenoorlog in april 1945 met reddingboot Joan Hodshon toch in Engeland te bereiken.

Tabak

Goederen en levensmiddelen waren schaars tijdens de bezetting. Ook tabak. Maar liefhebbers van rook- en/of pruimtabak legden vindingrijkheid aan de dag. Zoals J. Lampers van de Vuurtorenweg, die zelf tabak teelde. Geteeld op schone, lichte grond. "Op hooge gronden is het telen van tabak niet aan te bevelen, omdat het gewas in de zomer gauw gebrek aan water heeft", meldde hij de krant. Die schreef over het toegestuurde monster: "Het resultaat was niet kwaad. Er zit heel wat arbeid in, maar – aldus de planter – met de tegenwoordige misère is het gauw lonend. De geur was voor zoover wij dat als leeken konden beoordelen uitstekend." De redacteur rookte zelf niet en verzocht daarom een fijnproever zijn pijp met de Texelse tabak te vullen. "Resultaat: de tabak moest nog wat drogen om goed te blijven branden. Bij het rooken kreeg hij een wat scherpe smaak op de tong, maar – alle begin is moeilijk en smaken verschillen, zoodat daarover niet valt te twisten."

Toerisme

Het toerisme, toen nog "vreemdelingenverkeer", kwam tijdens de oorlog vrijwel volledig tot stilstand. Aanvankelijk koesterde de VVV nog hooggespannen verwachtingen. Vakantiegangers waren immers gedwongen om binnen de Nederlandse landsgrenzen te blijven. Tot eind april 1940 kwamen er nog veel (aanvragen voor) boekingen binnen. "Doch velen vroegen ook hoe het op en bij Texel met de mijnen gesteld was…" Na de capitulatie druppelden er nog aanvragen binnen. "Doch 'n stroom werd het niet." Genoeg om het VVV-loket in De Koog te openen, maar het bleef zodanig rustig dat het kantoor in Den Burg gesloten bleef. Slechts enkele hotels kregen bezoek, het aantal kampeerders bleef steken op 490. Pensionhouders werden vrijgesteld van contributie aan de VVV.

TESO

Ondanks het geringe toerisme had TESO geen klagen, meldde voorzitter W.H. (Kapitein) Lap in zijn openingswoord tijdens de aandeelhoudersvergadering van 1942. Het passagiers- en vrachtvervoer mocht er wezen en de kas was flink gevuld. Vooruitblikkend. "Eens zal ons eiland weer het vreemdelingenoord bij uitmuntendheid zijn." Hierop vooruitlopend had de bootdienst Nol Binsbergen en Herman van der Horst opdracht gegeven tot het maken van een "documentaire film over ons schoone eiland en met deze Texelfilm door het land te trekken". In 1945 ging de Texel-film in première.

Werkgelegenheid

De oorlogs(dreiging) had gevolgen voor de werkgelegenheid. Texel had in april 1940 geen werklozen meer. Een gevolg van grote werken in uitvoering. Zo waren er honderden mensen aan het werk bij de aanleg van het vliegveld, de aanleg van kabels vroeg personeel, er werden nieuwe gemalen gebouwd en er werden nieuwe wegen aangelegd.

Tewerkstelling

Na de capitulatie werden veel Texelse jongemannen verplicht tewerkgesteld in Duitsland om hun "bijdrage te leveren tot Europa's strijd om het bestaan". Zo werden in juni 1943 de lichting 1923 en 1924, jongemannen van rond de 20, opgeroepen. Oudere werkkrachten mochten thuis blijven, evenals zij met een "sleutelpositie voor de industrie, voedselvoorziening, landbouw en mijnbouw en die bij het binnenhalen van de oogst werkzaam zijn". Een aantal ontweek de tewerkstellingsplicht en dook onder.

"Hollandse Pioniers"

Er waren ook Texelaars die als "Hollandsche Pioniers" uit eigen beweging in het Groot Duitse Rijk aan de slag gingen. Zoals vijf Texelaars die in mei 1942 in het zogeheten Oostland, ten zuiden van Minsk, aan de slag gingen om graan te verbouwen. "We verwachten heusch niet in luilekkerland terecht te komen", zei één van hen. "We zullen in menig opzicht veel moeten ontberen en ons moeten kunnen aanpassen."

Eenmaal ter plekke stuurden ze een verslag naar de krant. Van de paarden daar waren ze niet onder de indruk. "Een enkel prima dier met mooie lijnen, maar alle zijn ze licht van beenen. Het fokken gaat ook maar in 't wildeweg. Lokale boeren lopen onderweg vaak naast paard en wagen. "Tijd kost hier blijkbaar geen geld."

Landbouw en veeteelt zijn volgens de correspondent "allerbedroevendst". "Koeien, je neemt er bij wijze van spreken onder elke arm een en loopt er mee weg. De hoeveelheden melk zijn minimaal (…) Voor vakbekwame Hollandsche fokkers ligt hier een geheel terrein braak. Hier is een achterstand van 100 jaar in te halen."

Schapen


Er heerste schaarste. In de krant werd gewaarschuwd tegen prijsopdrijving. 

De oorlog weerhield het Schapenstamboek er niet van op de eerste maandag in september op de Groeneplaats de Texelse Schapenfokdag te houden. Een fokveedag waarop volgens het commentaar "de bloem van de Texelse wolveestapel in het volle licht werd geplaatst". Weliswaar was er door de moeilijke verbindingen weinig belangstelling van de overkant, toch was er volop handel. Elk nadeel heeft zijn voordeel, getuige de klacht dat er voorgaande jaren veel fokmateriaal van het eiland verdween. "Dat liep verkeerd." Wol mocht zich in extra belangstelling verheugen, doordat Europa door de oorlog was afgesneden van grote wolproducerende landen als Australië en Argentinië.

Bloembollen

Zware tijden voor de bollentelers. Engeland, dat meer dan de helft van de bollen afnam, had de grenzen gesloten en ook de export naar omringende landen was stilgevallen. "Op Amerika is thans onze hoop gevestigd. Maar hoe kan ons product daar komen?"

Visserij


Gevorderde kotters kregen camouflagekleuren en afweergeschut. Bron: Eb en Vloed

Ook roerige tijden in de visserij. Schepen mochten niet verder dan acht mijl de Noordzee op en, met het oog op het gevaar van mijnen, na zonsondergang niet meer het water op. De prijzen maakten veel goed. Zelfs de vissers die met de botter op zeil de zee op gingen – en aanzienlijk minder vingen dan collega's met een motor – wisten eind 1940 dankzij de gunstige markt een goede boterham te verdienen.

In 1941 begonnen de Duitsers met het vorderen van kotters voor inzet als patrouilleschepen. De TX4, 11, 19, 24, 32, 33, 37, 39 en 51 ondergingen dit lot en later ook de 14 en de 49. Om toch brood op de plank te krijgen verzonnen vissers alternatieven, zoals het populaire scharhoepelen. Na de oorlog keerden de meeste kotters, vaak omgebouwd, weer terug naar Texel. Maar de TX11, TX4 en TX33 bleven onvindbaar.

Bij bedrijven en particulieren werd veel materiaal weggesleept. Bij boeren werden paarden, vee, wagens, tuigen en andere landbouwinventaris gevorderd. Fietsen, auto's en andere voertuigen werden in beslag genomen.

Kerkklokken

Het gebeier van de kerkklokken verstomde in 1943, toen op last van de Duitsers de kerkklokken er aan moesten geloven. Ze werden geroofd en omgesmolten voor de oorlogsindustrie of andere doeleinden. "De smeltkroezen in het "Groot Duitse Rijk" verslonden er ontelbaren", meldt de krant. Zelfs de marktbel waarmee kermis traditioneel werd ingeluid, verdween.

Na de oorlog bleken veel Texelse klokken de dans ontsprongen. De klok van de hervormde kerk in Den Burg en die van Den Hoorn waren wel beschadigd geraakt. Die van de rk kerk in Oudeschild dook op in Nieuwerstel, waar hij als alarmklok was gebruikt. Ook die van De Koog en De Waal keerden terug. Helaas was de Waalder kerk tijdens de Russenoorlog in puin geschoten. Het verwijderen van de klok van de hervormde kerk in Oosterend was zo'n enorme klus, dat die met rust werd gelaten.

Bron: Archief Texelse Courant

Gerard Timmerman
Gerard Timmerman, verslaggever Texelse Courant.
Meer berichten
 

Wat vindt u?

De voorverkoop bij zwembad Molenkoog moet blijven.



Reageren!