
Politie graaft negen drenkelingen op, onderzoek naar identiteit via DNA
AlgemeenDe politie onderzoekt de identiteit van negen personen die tussen 1940 en 1982 als drenkeling zijn begraven op de Algemene Begraafplaats in Den Burg. Daartoe worden morgen (woensdag) met toestemming van burgemeester Mark Pol hun lichamen opgegraven.
Van de menselijke resten worden DNA-monsters genomen. Deze worden gebruikt om DNA-profielen te maken en die te vergelijken met DNA-profielen die in databanken voor vermiste personen zijn opgeslagen.
De drenkelingen liggen verspreid over vier graven zonder grafmonument. Voor deze graven geldt geen wettelijke grafrust, ook zijn er geen rechthebbenden die de graven verzorgen. Na het onderzoek worden de lichamen direct herbegraven op dezelfde plaats. Het kan enkele maanden duren voordat de resultaten van het DNA-onderzoek bekend zijn en gedeeld kunnen worden.
Afgeschermd
Tijdens de werkzaamheden wordt een deel van de begraafplaats tijdelijk afgezet met tenten en schermen om de privacy en het respect voor de overledenen te waarborgen. De politie vraagt iedereen die betrokken is of belangstelling heeft, om in deze periode niet naar de begraafplaats te komen om zo de rust te bewaren.
In totaal liggen op de begraafplaats in Den Burg 38 onbekende doden begraven. Tijdens dit onderzoek richt de politie zich op negen ervan, in de hoop meer duidelijkheid te krijgen over hun identiteit en achtergrond. Zodra dit is afgerond, richt de politie zich op het verkrijgen van DNA-profielen van de 29 andere onbekende doden. Ook dan moet de burgemeester eerst toestemming geven voor de exhumatie; het officieel opgraven van een stoffelijk overschot.
De politie Noord-Holland benadrukt het onderzoek uit te voeren met het grootste respect voor de overledenen en hun nabestaanden.







