
Derdelander mag voorlopig blijven
AlgemeenDe zogeheten derdelanders aan boord van de hotelboot in de haven van Oudeschild mogen de komende tijd vooralsnog blijven.
Dat valt op te maken uit een brief die demissionair staatssecretaris Van der Burg (Justitie) heeft gestuurd aan gemeenten die derdelanders opvangen.
Derdelanders zijn mensen uit andere landen die in Oekraïne verbleven (bijvoorbeeld voor werk of studie) toen daar de oorlog uitbrak. Nadat zij gevlucht waren, vielen ze - net als de gevluchte Oekraïners - onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Die biedt recht op gemeentelijke opvang, medische zorg en werk. Op de hotelboot zitten 23 derdelanders.
Hun bescherming hield formeel op maandag 4 september op te bestaan, maar de staatssecretaris heeft besloten de beëindiging van de tijdelijke bescherming ‘te bevriezen’ in afwachting van een uitspraak van de Raad van State. Daar dient een zaak van een derdelander die bezwaar heeft aangetekend. De verwachte uitspraak van de Raad van State (in november) wordt gezien als maatgevend voor andere bezwaren die ingediend worden tegen het stopzetten van de tijdelijke bescherming.
Volgens de brief van de staatssecretaris behouden de derdelanders de komende tijd het recht op opvang en verstrekkingen zoals die verwoord zijn in de Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO). De gemeente kan de kosten daardoor blijven declareren bij het Rijk.
Derdelanders met een zorgbehoefte blijven via de gebruikelijke wijze zorg ontvangen. Ze behouden het recht om te mogen blijven werken tot aan de uitspraak van de Raad van State in november.
.







