
Wat vind je eigenlijk op het Texelse strand aan steentjes en schelpen?
AlgemeenDe zwerfstenen die tussen paal 9 en 28 aanspoelen zijn ouder dan het eiland zelf: veel ervan zijn hier tijdens het Saalien, zo’n honderdvijftigduizend jaar geleden, door het landijs neergelegd. Wat de zee er nu uitspoelt, is dus tweedehands materiaal uit Scandinavië en het Oostzeegebied.
Op een gemiddelde wandeling langs de vloedlijn liggen daar de resten van de Noordzee bovenop: schelpen, botfragmenten, af en toe iets fossiels. De meeste wandelaars lopen er overheen. Wie weet waar hij op moet letten, komt met volle zakken thuis.
Schelpen
De kokkel is de bekendste en de meest miskende: ronde, geribbelde kleppen die met duizenden tegelijk in de vloedlijn liggen. Daarnaast de tapijtschelp, met fijne concentrische lijnen, en de strandgaper, een grote grijswitte schelp die vaak in stukken aanspoelt.
Het nonnetje valt op door de kleur. Roze, geel, oranje of paars, soms met een lichte streep, en klein genoeg om over het hoofd te zien. Na een stevige noordwesterstorm liggen hele schelpenbanken bloot, vooral in de buurt van de Slufter en bij De Krim.
Bij Ecomare op Texel worden regelmatig cursussen en excursies gegeven waarin vondsten op naam worden gebracht; eerder besteedde deze krant al aandacht aan het determineren van schelpen op het strand.
Steen uit het noorden
Zwerfstenen komen ruwweg uit twee richtingen. De noordelijke stenen, meegevoerd door het landijs, zijn de graniet-, gneis- en gabbroachtige brokken: hard, gevlekt, vaak met duidelijk zichtbare kristallen. Gneis herken je aan de gestreepte bandjes, gabbro aan de donkere, korrelige structuur.
Zuidelijke zwerfstenen zijn door de rivieren aangevoerd en zien er anders uit: gladder, kleiner, veel vuursteen en kwarts. Op Texel liggen beide typen door elkaar, wat het strand voor verzamelaars interessanter maakt dan menig vasteland-strand. Over de opbouw van de Texelse ondergrond en de herkomst van dat materiaal is uitgebreid geschreven, onder meer op De Belemniet.
Vergeleken met de Tweede Maasvlakte, waar opgespoten Noordzeezand een enorme hoeveelheid fossiel materiaal aan de oppervlakte bracht, of met Camperduin, waar suppleties het beeld bepalen, is Texel bescheidener maar natuurlijker: hier bepaalt de afslag wat er komt bovendrijven.
Mammoet en boormossel
Fossielen liggen er ook, al vraagt dat geluk en geduld. Kiezen en botfragmenten van mammoeten en andere ijstijddieren spoelen aan vanuit de Noordzeebodem, het verdronken landschap dat als Doggerland bekendstaat. Ze zijn zwaar, donkerbruin en voelen anders aan dan gewoon bot.
Kleiner maar minstens zo aardig: stukken veen of hout met de ronde gangen van de boormossel erin. Wie zo’n vondst niet thuis kan brengen, kan die laten bekijken bij Ecomare, dat een vragenpagina over strandvondsten onderhoudt.
Van vloedlijn naar sieraad
Niet alles verdwijnt in een schoenendoos op zolder. Kleine, gepolijste kiezels en stukjes barnsteen worden gevat in zilver, een bewerking waarvoor mensen ook wel uitwijken naar een edelsmid op het vasteland. In diezelfde hoek zit de verkoop van kant-en-klare zilveren ringen, kettingen, armbanden en oorbellen, waar My Unique Style zich op richt.
Bij het sieraden kopen blijft zilver populair omdat het zich laat combineren met vrijwel elke steensoort en zich laat herstellen wanneer een zetting loslaat. Een gevonden steen die in een ketting of armband terechtkomt, gaat mee zolang de drager wil; het aanbod van kant-en-klaar werk bij My Unique Style loopt van ringen tot oorbellen.
Waar en wanneer
Het beste moment is laagwater, kort na een storm uit het noordwesten. Dan ligt de vloedlijn hoog en vers. Bij De Krim en rond de Slufter komt door de afslag oud materiaal aan de oppervlakte; richting ‘t Horntje en paal 8 domineren de schelpenbanken.
Wie op een druk strandpad zoekt, vindt weinig. Een paar honderd meter verder lopen scheelt vaak meer dan een uur extra zoeken. Neem een zeefje of een klein netje mee; nat zand geeft kleur en tekening prijs die op droog zand onzichtbaar blijven.
Aan het eind van de winter, als de suppletie nog niet is uitgevoerd, ligt het strand op zijn smalst en het materiaal op zijn ruigst. Dat is voor verzamelaars het gunstigste seizoen, ook al is het er koud en nat.
Wie weet waar hij op moet letten, komt met volle zakken thuis.







