
Nederland staat boven de G7 wat betreft technologisch concurrentievermogen wereldwijd
AlgemeenDe Groep van Zeven (G7) bestaat uit de belangrijkste industriële staten Frankrijk, Italië, Canada, Duitsland, Japan, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. De EU zit hier ook in, maar onofficieel omdat het geen land is.
Via de EU maakt Nederland dus ook deel uit van de G7. En er mensen die zeggen dat Nederland boven deze staten staat op het gebied van technologisch concurrentievermogen. Hier wordt bekeken of deze uitspraak waar is.
Wereldwijde index technologisch concurrentievermogen
De uitspraak lijkt gewaagd, maar is uiteraard wel ergens op gebaseerd. De STEM (Science, Technology, Engineering, Mathematics) Skills Index van het Centre for Economics and Business Research plaatst Nederland op de tiende plek wat betreft technologisch concurrentievermogen. In totaal staan er 35 landen op de index. De G7-landen staan allemaal achter Nederland.
De index kijkt onder andere naar wetenschappelijke en technologische innovatie, maar ook naar technische werkgelegenheid en onderwijs. Denk dan bijvoorbeeld aan hightech-export, het aantal software-ontwikkelaars (zoals Round Circle, de ontwikkelaar van gokkasten). Wie staat er bovenaan? Dat is Singapore. Verder staan, samen met Nederland, veel andere Europese landen in de top 10.
Sterktes en zwaktes
Uit het rapport van de STEM Skills Index komt naar voren dat Nederland hoog scoort op het gebied van biowetenschappen, de sterke halfgeleiderindustrie, een groeiende digitale economie en uitstekende digitale vaardigheden. Dat komt onder andere door het sterke onderwijs in biowetenschappen. Er ligt veel nadruk op de ondergrondse opslag van waterstof, geothermie en warmteopslag. Nederland scoort ook hoog doordat 83% van Nederlanders (16 tot 75 jaar) minimaal de basisvaardigheden heeft op digitaal gebied.
Voor biowetenschappen kreeg Nederland wereldwijd een zevende plaats. De zwakte van Nederland is engineering. In het rapport komt het daarin op plek 21 uit.
De G7-landen in de index
Hoe scoren de G7-landen? Canada staat op een 11e plek, het Verenigd Koninkrijk is 13e, de Verenigde Staten staan 15e, Duitsland is 17e, Japan, 22e, Frankrijk 23e en Italië 35e.
Dit is wat het rapport over enkelen van hen concludeerde:
Duitsland: Duitsland is een land dat nergens in uitspringt. Ze scoren vrij hoog, maar zijn niet meer de STEM-leider van Europa.
Verenigde Staten: de score van de Verenigde Staten wordt voornamelijk veroorzaakt door initiatieven van NASA, Silicon Valley en MIT.
Japan: Japan scoort niet onverwacht hoog op Technology en Engineering, robotics en AI. Maar STEM onderwijs scoort onder de maat.
Nederland als technologische concurrent
![]()
De conclusies over Nederland die uit het rapport naar voren komen, zijn strelend. Zo wordt het omschreven als een sterke allrounder, omdat het land binnen de top 10 valt in de meeste categorieën die zijn getest.
Duitsland en het Verenigd Koninkrijk scoren hoger op het gebied van life sciences, maar Nederland heeft een bloeiende digitale economie en is erg vaardig in AI. Het is een land waar digitale vaardigheden en biowetenschappen erg sterk uit de bus komen. Door hoog te scoren op de meeste STEM-categorieën, staat Nederland op een verdiende tiende plaats.
Waarom staat Nederland boven de G7?
Uit deze informatie is op te maken dat Nederland boven de G7-landen staat omdat het sterk scoort in een groot aantal categorieën. Het is de allrounder die overal goed in is. De G7-landen zijn ook sterk, maar het verschil tussen de hoge en lage scores is groter.
Frankrijk scoort bijvoorbeeld onder de maat op STEM-onderwijs, en het Verenigd Koninkrijk moet meer nadruk gaan leggen op engineering, innovatie en digitale vaardigheden om bij te kunnen blijven.
Nederland zet zich op de kaart
De uitslag is uiteraard een compliment voor Nederland. Het kleine kikkerlandje is niet klein op het gebied van nieuwe technologische innovaties. Voor de bevolking is het een bewijs dat er in Nederland een toekomst is op het gebied van technologie. Dat zal ongetwijfeld betekenen dat talent van over de hele wereld naar Nederland trekt voor beter onderwijs en carrièremogelijkheden.







