
‘t Is Pasen, halleluja
AlgemeenPasen
Het kleinkind van Huib de Rijmelaar stuurt met regelmaat een gedicht in. Ook voor Pasen klom hij achter de paastafel.
Pasen
“’t Is Pasen” zong de nachtegaal
met ‘n prachtige melodie.
En de leeuwerik in de boom,
enthousiast en zonder schroom.
Zong ook al dat het Pasen was,
van twiedelie, twiedeliedie.
En de merels fluiten luid
boven d’andre vogels uit:
(Refr.) ‘t Is Pasen, halleluja.
“’t Is Pasen” zongen engelen
in de hoge hemelen daar.
En een groeiende mensenstroom
zong daar mee, ook zonder schroom.
Zij zongen dat het Pasen was,
van trala, tralalala.
En ook mensen hier op aard,
zingen vrolijk, onvervaard: (Refr.)
Kleinkind van Huib de Rijmelaar







