Masja Gielstra woont in Amsterdam, maar Texel is haar werkgebied. Zij is sinds anderhalf jaar coördinator communicatie & educatie van nationaal park Duinen van Texel. Voor de locatie dalen we af naar het zuiden van het eiland. Waar vaak wordt gekozen voor gebieden als De Slufter of De Hors, kiest Masja voor de Horsmeertjes, een klein stukje Hors om vervolgens via paal 9, de bunker en camping Loodsmansduin terug te keren. Een uitstekende keuze van deze 'overkanter' die zich als een vis in het water voelt in het gebied.

"Ik werkte in een heel andere branche. IVN kwam op m'n pad en ik kon bijna niet geloven dat zo'n baan bestond. Ik heb geen achtergrond in deze sector, maar ben wel heel erg met de natuur opgegroeid. Ik ben in Friesland geboren en juist in de stad (Nijmegen) opgegroeid. Maar mijn moeder, die zichzelf kruidenvrouwtje noemt, nam ons altijd mee de natuur in. Soms meer dan ons lief was (vertelt ze lachend red.). Ik hou niet alleen van bos, hei en duinen, maar juist ook van het platteland. Texel was samen met Vlieland ons wintereiland, in de zomer gingen we naar Terschelling en Ameland. Nu ben ik iedere week op Texel, al is dat vanwege de coronacrisis de afgelopen periode even iets anders geweest. Gisteren heb ik gemountainbiket met Anna (Sprenkeling, boswachtster Staatsbosbeheer red.). Het valt me iedere keer weer op hoe mooi het hier is en dan heb ik het niet alleen over het nationaal park."

Terwijl we wandelen, wordt al snel duidelijk dat het met de basiskennis van Masja wel goed zit. "Kijk, de kamperfoelie bloeit al, dat is vroeg. En kijk daar, volgens mij een buizerd."

We merken dat we er op hoofdlijnen niet heel anders in staan

Met speels gemak redt ze zich in het gebied en zeker aan het begin zit het wandeltempo er lekker in. "Toen ik begon, werd ik gewaarschuwd dat ik als overkanter misschien niet geaccepteerd zou worden in deze functie. Ik ervaar dat echt totaal niet zo. Ik ben ook wel iemand die zoekt naar verbinding. Toen ik hier kwam werken, ben ik er gewoon open en positief aan begonnen. Ik wil kijken naar samenwerking, niet naar onmogelijkheden en ik merk dus dat dit op Texel wel aansluiting vindt. Lekker direct en best informeel, eerlijk over waarom je iets wil doen. Dat vind ik prettig. Eén van mijn taken is draagvlak creëren onder Texelaars en ik weet heus wel dat dit niet altijd makkelijk is. Maar ik heb gemerkt dat veel ondernemers ook heel enthousiast zijn en de waarde van het nationaal park zien. Steeds meer logiesverstrekkers en andere ondernemers zijn gastheer van het nationaal park geworden."

Toen Masja en ik voor het eerst kennis maakten, was de start niet per definitie vlekkeloos. In een blog heb ik wel eens uitgehaald naar het nationaal park en een dreigende overheersende rol voor de toenemende natuur. Het was een tijd waarin er veel projecten tegelijkertijd werden opgepakt. "Ik vond je toon sowieso wel vaak onnodig fel en niet altijd constructief."


In het gebied bij de Horsmeertjes zagen we veel bastaardsatijnrupsen. Wanneer je er allergisch voor bent kan je dan van de haren rode plekken, blaasjes en jeuk krijgen, incidenteel ergere klachten. Volgens boswachter Erik van der Spek zijn ze echter onderdeel van het duinecosysteem en zijn er het er niet meer dan andere jaren. Mogelijk vallen ze meer op doordat ze vanwege droogte actiever op zoek moeten naar voedsel.

Ik beaam dat de toon af en toe fel was en leg ook uit waarom: de vrees dat Texel een natuurmuseum wordt, in plaats van een eiland met bewoners, leeft onder veel eilanders. Het blijft constant zoeken naar balans. We merken dat we er op hoofdlijnen niet heel anders in staan. De sfeer is uitermate goed terwijl we het over twee dingen zeker eens zijn: de duinen van Texel zijn adembenemend mooi en de drieteenstrandloper is 'awesome'. We zien een pul, de moeder is nergens te zien. "Sneu, maar ook natuur. Ik heb niet zoveel met ganzen, maar als ik dan zo'n jonge gans alleen zie, vind ik dat wel zielig."


De wandeling maakten we op 29 mei en op diverse plaatsen troffen we al bloeiende kamperfoelie. Erg vroeg. De planten herken je vaak doordat ze zich om andere planten heen slingeren. Zij doen dit zo krachtig dat het soms de stammen van groeiende bomen vervormt. De planten kunnen overigens ook gewoon in struikvorm voorkomen. Foto; Job Schepers

Jan Witte-paadje

We laten de jonge gans voor wat het is en vervolgen onze weg richting het Jan Witte-paadje. Op de grond kruipen tientallen rupsen van de bastaardsatijnvlinder. Als ik ze rustig fotografeer, geeft Masja tips dat ik ze beter van de voorkant kan fotograferen en waarschuwt dat ik moet uitkijken voor de haartjes van het diertje. Die kunnen voor de nodige jeuk zorgen namelijk. Bij het paadje aangekomen, is het even goed kijken waar de route loopt. Er gaan voetstappen bovenlangs het duin op en rechtsaf door een 'klif'. We kiezen voor de route bovenlangs, maar al snel wordt duidelijk dat dit niet de juiste is. We dalen noodgedwongen het steile duin weer af en genieten van het onverwachte avontuur. "Ik heb ooit in de woestijn geskied in Peru, dat is zo gaaf", komt bij Masja op bij de afdaling.

Het is vrij vroeg, Masja is apart voor het interview een keer extra naar Texel gekomen en moet vandaag nog terug naar Amsterdam waar ze woont met haar vriend. Gezien het tijdstip - rond negen uur - is het niet vreemd dat het op vrijdagochtend geen drukte van jewelste is op het strand bij paal 8, aan de rand van De Hors. Wij gaan noordelijk naar paal 9. "Als je dan kijkt naar de parken in Amsterdam. Die zijn zo druk. Je hebt hier zo de ruimte. Er is meer dan genoeg plek voor iedereen. Bovendien is de verscheidenheid enorm", stelt ze.


Zelfs de minst geoefende vogelaar zal dit vogeltje met een hoge schattigheidsfactor herkennen. Het diertje trippelt - vaak in groepen over het strand - en zigzagt omdat het niet tegen de wind in kan lopen en wordt vaak achteruit geblazen. "In herfst en winter overwegend wit en grijs met opvallende donkere schouders; zwart-wit in vlucht. In het late voorjaar en in de zomer diep roodbruin. Gitzwarte poten en snavel, géén achterteen. Rent snel voor de golven uit op het strand", stelt de Vogelbescherming. Foto: Johan Habing.

Terwijl we vanaf paal 9 - waar we genieten van een kop koffie bij de kiosk - over de gele route richting Loodsmansduin lopen, deel ik mijn liefde voor het binnenduinpad bij paal 21 omhoog. "Met links die hoge struiken en aan de andere kant het hoge riet? Nee, geef mij dit weidse uitzicht dan maar", stelt Masja. Tja, je kunt het op een wandeling van tien kilometer niet altijd eens zijn.

Hoewel ze dus niet op Texel woont, heeft ze duidelijk hart voor de zaak

Hoewel ze dus niet op Texel woont, heeft ze duidelijk hart voor de zaak. De liefde voor het gebied is duidelijk niet gespeeld. We beklimmen de bunker bij Loodsmansduin. Daar is sinds kort een tentoonstelling te zien over de bunkers in het nationaal park. Beiden willen we zien hoe het geworden is en bovendien heeft Masja gehoord dat één van de borden vernield zou zijn. Dat is gelukkig niet het geval en we genieten van het uitzicht en de tentoonstelling. We treffen een vader die met zijn zoon op pad is voor een schoolopdracht. De leerlingen moeten vanwege een sportieve coronaperiode-opdracht naar allerlei punten op het eiland fietsen. Masja vindt het even leuk als hilarisch.

Op het laatste stuk van de route bespreken we het nationaal park als orgaan. We stellen vast dat het negatieve geluid echt wel wat verstomd is. "Het is belangrijk dat er draagvlak is. Je moet het met zijn allen doen en dat lukt steeds beter. Daarom zijn we blij dat LTO tegenwoordig ook aan tafel zit", analyseert Masja. Bij de parkeerplaats vlakbij het uitkijkpunt van de Horsmeertjes nemen we afscheid van elkaar en spreken af elkaar snel weer te spreken.

De route die we liepen.

Job Schepers