
Koger eerbetoon voor Olympiër
Hoog bezoek op Texel, Carry Geijssen (79), de eerste Nederlandse Olympische gouden medaillewinnaar ooit op het langebaanschaatsen, kwam naar het eiland voor een korte vakantie. Net terug van een boottochtje over de Waddenzee werd ze verrast door het bestuur van IJsclub De Koog met het 'Kóger Flimekke'.
"De hoogste prijs die een schaatser kan winnen en die je voor altijd erelid maakt van IJsclub De Koog." Carry Geijssen ontving de trofee uit handen van de bestuursleden Arnold (Kets) Kaercher, Arjen Langendam en Kees Moormann.
Met winst op de duizend meter in Grenoble in 1968 werd Carry Geijssen de eerste Nederlandse Olympische winnaar van een gouden medaille op het langebaanschaatsen. Vanzelf ging het allemaal niet.
Twee paar noren
Het begon allemaal in de ijzig koude winter van 1962/1963 toen vader Geijssen voor zijn dochters Beppie en Carry twee paar noren kocht. De zusjes hadden al laten zien goed uit de voeten te kunnen op Friese doorlopers, maar met deze Vikings begon het echte werk.
Maandenlang lag er in en om Amsterdam ijs en overal werden wedstrijdjes georganiseerd. 'Dat we best wel talent hadden, werd snel duidelijk,' vertelt Carry Geijssen (79). 'Het was de aanzet tot een korte, maar krachtige carrière die uitmondde tot goud op de Olympische Spelen van 1968 in Grenoble.
Na zilver op de 1500 meter won ze een dag later de 1000 meter. Wie denkt dat het allemaal vanzelf ging, komt bedrogen uit. Geijssen: 'Wij vrouwen waren in die jaren echt pioniers en hebben veel zelf moeten uitzoeken. Terwijl de mannen al in mooie hotels logeerden, sliepen wij in die begintijd nog in jeugdherbergen.
‘Nog altijd jammer’
In 1968 mocht ik eindelijk naar Grenoble, maar ik was door het Nederlands Olympisch Comité vier jaar eerder ook al geselecteerd voor de winterspelen in Innsbruck. Bij de schaatsbond vonden ze het helaas niet nodig dat ik ging omdat ze mij met mijn 17 jaar te jong vonden. Dat vind ik nog altijd jammer!'