
“Ik gooi de skoffel op ‘t boetje”
“Het gaat verdwijnen”, zei Gré Dros ooit over het Tessels dialect. Maar, dat realisme ten spijt, weigerde ze zich daar bij neer te leggen. “Tesselaars, geef het niet op!”, riep ze bij de presentatie van haar boek ‘Ruumte skaadt niet’, een bundel van haar Tesselse verhalen in dialect.
Gré was haar hele leven lang een verhalenverteller, voor de klas, in de kerk en op bijeenkomsten. Ze raakte jong en oud met haar verhalen, interesse, betrokkenheid en humor. Ze werd in 1929 geboren in Den Hoorn, als oudste dochter van bakker Co Dros, die twee jaar eerder de bakkerij in het dorp had overgenomen. Haar jeugd in Den Hoorn was veilig en eenvoudig, in een tijd waarin kinderen nog op straat speelden en auto’s nauwelijks voorkwamen. Ze was een puber toen de oorlog uitbrak, maakte de bezetting bewust mee en schreef daar naderhand over.
De band met het dorp en met de kerk werd al vroeg gelegd. Haar vader was meer dan 45 jaar organist in de Hoornder kerk en ook Gré voelde zich daar van jongs af aan thuis.
Die verbondenheid met geloof en gemeenschap liep als een rode draad door haar leven. Haar grootvaders waren Nederlands Hervormd, haar grootmoeder doopsgezind en haar ouders gingen naar de hervormde kerk.
Op haar vijfde ging ze naar de zondagsschool. Toen eens werd gevraagd wat er met kerstmis wordt gevierd, zei ze: “Dan is de Here Jezus jarig.” Toen iedereen begon te lachen, zei de juf: ‘Met kerstmis wordt de Here Jezus geboren.” Verontwaardigd dacht ze: Dan is hij toch ook jarig!
De anekdote is kenmerkend voor haar en staat in een uitgebreid interview met haar in ‘600 jaar baken’, over de geschiedenis van de Hoornder kerk. Op haar veertiende vroeg de dominee haar als assistente van de zondagsschool. Het was precies wat ze wilde, want al jong wist ze wat ze wilde worden: onderwijzeres.
Ze ging naar de christelijke kweekschool in Haarlem, waar een wereld van literatuur en cultuur voor haar openging. Daar bloeide ze op. Nog voor ze haar opleiding afrondde, werd haar gevraagd om les te geven in Oudeschild. Dankzij steun uit het Keesomfonds kon ze studeren, met de afspraak dat ze daarna haar kennis op Texel zou inzetten. Dat deed ze met hart en ziel. Negen jaar lang stond ze voor de klas in Oudeschild. Ze hield van de directe, eerlijke kinderen uit het vissersdorp en sprak daar later nog met warmte over. Oud-leerlingen bleven haar hun leven lang “juf” noemen.
Gré had scherpe blik op de samenleving
Na die jaren vertrok ze naar Vlaardingen, waar ze 27 jaar woonde en werkte. Ze gaf les op verschillende scholen, waaronder een jenaplanschool, waar samenwerking en aandacht voor elkaar centraal stonden. Het onderwijs bleef haar grote passie. Toch besloot ze in 1985 gebruik te maken van een vervroegde vut-regeling. Ze was toen 59 jaar en voelde dat er nog ruimte was voor een nieuw hoofdstuk.
Het bracht haar terug naar Texel. In 1986 vond ze haar huis aan het Schilderend in Den Burg. Wie haar vroeg wat ze ging doen, kreeg steevast het luchtige antwoord: “Truien breien en taarten bakken.” Maar stilzitten deed ze allerminst. Bij de Historische Vereniging Texel zette ze zich jarenlang in voor het verenigingsblad en schreef ze 22 jaar lang haar geliefde dialectcolumn ‘Tessels Praate’. Ze schreef met humor, scherpte en liefde over taalkundige kwesties, Texelse verhalen en sééggies en hield zo het Tessels dialect levend. Verhalen die ze ook vertelde op verhalenfestivals, waar men genoot van haar bijzondere verteltrant.
Ook binnen de kerk bleef ze actief, de laatste jaren binnen de Doopsgezinde Gemeente. Ze waardeerde de aandacht voor elkaar, de gesprekken over boeken en levensvragen en het samenzijn. Ze geloofde in een christendom waarin ernst en vrolijkheid samen konden gaan. Lezen bleef ze tot op hoge leeftijd graag doen; er lag altijd nog een stapel boeken op haar te wachten.
Gré had een scherpe blik op de samenleving. Ze vond dat er in de haast van de moderne tijd soms te weinig ruimte was voor bezinning. Even stilstaan bij wie je bent en waar je staat in het leven, dat vond zij wezenlijk. Die levenshouding droeg ze zelf uit: aandachtig, betrokken en dankbaar.
Tot op hoge leeftijd bleef ze zelfstandig en geïnteresseerd in de mensen om haar heen. Ze sprak met waardering over de zorgmedewerkers die haar hielpen toen ze haar pols brak en was dankbaar voor haar familie en de vele ‘aardige mensen’ om haar heen.
Toen ze op haar tachtigste stopte met haar column voor de Historische Vereniging, verschenen die in de bundel ‘Ruumte Skaadt niet’. “Ik gooi de skoffel op ‘t boetje”, sprak ze toen in Tessels dialect, oftewel: de schoffel kan aan de kant, het werk zit er op.
Gré Dros overleed op 14 mei. Ze werd 96 jaar.