
“Blij dat ik op zo’n mooie plek woon”
Boris werd geboren in Amstelveen en groeide grotendeels op tussen de drukte van de stad. Toen zijn moeder aan de slag ging als docent Engels op de OSG in Den Burg besloot Boris ook naar Texel te verhuizen. “Ik was vijftien jaar oud en dacht eigenlijk meteen: waarom niet? Het voelde hier gelijk superleuk.”
Hoewel hij uit de Randstad kwam, voelde het eiland verrassend vertrouwd. “Mijn opa en oma woonden in De Beemster, dus ik voelde me altijd al meer verbonden met het platteland dan met de stad.”
Honing van Clint
Dat gevoel groeide snel. Het uitzicht, de rust en het buitenleven maakten hem gelukkig. Zelfs zijn hooikoorts leek hier beter te worden. Lachend: “Dat komt vast door de honing van Clint, die hier in de buurt woont. Honing van planten uit de omgeving schijnt goed te zijn. Misschien ben ik er resistent van geworden.”
Toch verliepen zijn schooljaren niet zonder moeite. Boris kwam tijdens de coronaperiode op de OSG terecht. “Precies in een tijd waarin het lastig was om nieuwe sociale contacten op te bouwen. Ik vond Texel wel heel leuk, maar school was niet echt mijn ding.”
Nieuwsgierig
“Ik zat in Amstelveen op een tweetalig gymnasium en was altijd nieuwsgierig. Ik wilde alles leren en alles weten. Maar op een gegeven moment voelde ik me uitgeleerd binnen het schoolsysteem. Ik wil nog steeds overal achter komen hoe dingen werken, alleen liever op mijn eigen manier.”
In de vijfde klas stopte hij met school en ging werken bij garage Rentenaar. “Sleutelen vond ik hartstikke leuk, maar ik wist ook dat het niet was wat ik uiteindelijk wilde doen.”
“Ik vraag me soms echt af: hoe heb ik dit niet eerder ontdekt?”
Van baantje naar baantje
Daarna verhuisde hij naar zijn vader in Amsterdam om via het volwassenenonderwijs alsnog diploma’s te halen. Maar ook daar voelde hij zich niet thuis. “Ik ging van baantje naar baantje. Ik wist eigenlijk wel dat Amsterdam niet mijn plek was. Het ging toen ook niet heel goed met me.”
Novalishoeve
Het keerpunt kwam toen hij hulp zocht bij de gemeente Texel. Via die weg kwam hij terecht bij Novalishoeve en de Raphaëlstichting. “Zij hebben mij echt de tijd en ruimte gegeven om uit te zoeken wat ik leuk vond.” Hij kreeg een woonplek aangeboden aan de Lieuwstraat en ging aan het werk op de boerderij en in de houtwerkplaats van Novalishoeve.
Daar ontmoette hij timmerman Eric Besseling. “Eric werkte daar ook. Op een gegeven moment vroeg hij of ik bij hem wilde komen werken. Dat vond ik best bijzonder, dat iemand iets in je ziet en je een kans geeft.”
Die kans veranderde veel. “Er zijn genoeg mensen geweest die iets in mij zagen, maar dit was de eerste keer dat ik er zelf ook echt voor openstond.”
Timmeropleiding
Inmiddels werkt Boris drie dagen per week bij Besseling en bouwt hij zijn werkzaamheden bij Novalishoeve langzaam af. Vanaf september begint hij aan een timmeropleiding bij Talland in Heerhugowaard. “Eén dag per week school, de rest praktijk. Ik heb er ontzettend veel zin in. Het voelt alsof ik eindelijk heb gevonden waar ik naar op zoek was.”
Zijn enthousiasme over houtbewerking is zichtbaar. “Ik vraag me soms echt af: hoe heb ik dit niet eerder ontdekt? In Amsterdam was ik tijdens een kennismakingsproject ooit al eens naar het Hout- en Meubileringscollege, maar toen wist ik nog niet hoe leuk ik het daadwerkelijk zou vinden”.
Kunstwerk
“Het mooie van hout is dat het een duurzaam en organisch product is. Je kunt er iets van bouwen dat nut heeft én mooi is. Hout is van zichzelf eigenlijk al een kunstwerk.”
Bij Novalishoeve werkte hij onder meer aan banken, strandhuisjes en allerlei klusjes op het terrein. Nu leert hij bij Eric vooral het echte timmerwerk. “We zijn bezig met verbouwingen van bungalows in Oosterend en ik leer daar enorm veel van.”
Schapenboeten
Het liefst werkt hij aan authentieke projecten zoals schapenboeten. “Dat vind ik misschien wel het mooiste werk dat er is. Echt traditioneel timmermanswerk.”
Ook zelfstandigheid vindt hij belangrijk. “Bijvoorbeeld nu maak ik een ombouw voor een warmtepomp. Dan krijg ik in grote lijnen te horen wat de bedoeling is en mag ik het verder zelf uitzoeken. Dat vertrouwen vind ik heel gaaf.”
Toekomst?
Hoe zijn toekomst er uitziet, weet hij nog niet precies. “Misschien ooit een eigen bedrijf, misschien blijven werken bij Eric. Dat zie ik dan wel weer.”
Sleutelen aan brommers
Naast zijn werk sleutelt Boris graag aan brommers en scooters. “Soms iets té graag,” zegt hij lachend. “Dan ben ik nog bezig terwijl het allang donker is.”
Ook maakt hij in zijn vrije tijd houten projecten in de werkplaats. “Ik heb bijvoorbeeld laatst bogen gemaakt. Gewoon omdat ik dat gaaf vond om te proberen. Nu nog ermee leren schieten, misschien moet ik maar lid worden van een boogschietclub.”
Geen verveling
Zijn dagen zijn goed gevuld, van verveling is geen sprake. “Sommige jongeren zeggen dat hier weinig te doen is, maar er is altijd wel iets. Alleen niet zoals in Amsterdam met shoppen en uitgaan. Je moet jezelf hier meer vermaken.”
Geen feestbeest
Zelf is hij sowieso geen groot feestbeest. “Af en toe naar De Koog is leuk, maar niet iedere week.”
Wat hem vooral rust geeft, is dat hij eindelijk richting heeft gevonden. “Vroeger wilde ik alle kanten op en dacht ik steeds dat ik de hoogste opleiding moest doen. Maar ik wist nooit echt wat ik wilde. Nu wel. Dat geeft rust en perspectief.”
Sinds een maandje woont hij aan de Klaverspanner in De Tuunen en voelt zich op zijn plek. “Ik heb leuke buren, prima sfeertje.”
Volgende in ‘Eiland van…’
“Sam Schuur.”