Afbeelding

Feuilleton

Feuilleton door Wim Drijver

36. Ooi of ram

Een ooi of een ram is een groot verschil. De schapin is niet bepaald vrouwelijk met haar norse kop en stevig postuur, maar naast de ram toch duidelijk herkenbaar als zijnde van het barend geslacht. Dat komt vooral doordat de ram nog grover en breder gebouwd is, met een beetje bolle rug, zodat het lijkt alsof de aanval ieder moment kan worden ingezet.

Natuurlijk hangt er tussen de achterpoten een gul gevulde knikkerzak te bungelen en zit er aan de onderbuik een soort penseel waarvan de steel, indien nodig, uitschuifbaar is. Maar wat mij altijd meer fascineerde, is het karakter van dit zo stuurs ogende schepsel. Want de focus en het geduld dat de ram kan opbrengen is bewonderenswaardig.

Een ram brengt het grootste deel van zijn vaak door slacht beëindigd leven namelijk door in eenzaamheid. In zijn jeugd is het nog gezellig in het weiland, maar er komt al vrij snel een dag dat hij als mannelijke overlever gescheiden wordt van de kudde. De meeste van zijn vriendjes zijn dan al terecht gekomen op een bord ergens ver van het eiland, want ik kan mij niet herinneren dat wij ooit lamsvlees aten.

Het verhaal ging dat het Texels lam naar Parijs werd vervoerd om in de beste restaurants te worden opgediend en dat vond ik wel een fascinerende gedachte, want daar was ik zelf nog nooit geweest. Pas toen slager Willem Goënga het lastige lamsvlees toegankelijker maakte voor de gewone consument, kwam het gebruik ervan op Texel enigszins in zwang.

Soms heeft mijnheer op het eigen landje gezelschap van één of meer andere macho blaters maar meestal niet, omdat menig boer zijn les geleerd heeft na het vinden van een dood exemplaar met een bebloede kop. Alleen in het bronstig najaar mag de ram zijn raison d’ètre vervullen: zijn gespaarde leven doorgeven. Het beest wordt dan een tuig omgehangen met voor op de borst een felkleurig dekblok met vetkrijt en vervolgens losgelaten tussen de (flikfl)ooien.

Deze ontvangen, hormonaal gedreven, de opgefleurde kluizenaar onbevangen en gastvrij. Geen gezeur over een onverzorgde vacht of slechte adem, maar gewoon snel zaken doen in het belang van het voortbestaan van de soort. Na het dekken blijft door het gewrijf op de wolkont van de ooi een kleurige vlek achter. En omdat de boer de kleur van het dekblok iedere drie weken verandert, weet hij of en wanneer welke ooien gedekt zijn en kan ook uitgerekend worden wanneer van welk schaap de lammeren te verwachten zijn. Boerenslimheid.

De ram vindt het allemaal prima en voelt zich als de boerenpummel in Zwitserland die na een lang saai jaar afzien in de bergen bij de eerste sneeuwval opeens weer de gevierde skileraar is. “Bèèèh biertje?” Tussen het grazen door bespringt hij opgewekt de ene na de andere ooi, die hij bevlekt en beduusd achterlaat. Lustgedreven en weinig romantisch, maar wel effectief, blijkt altijd weer in het opvolgend huppelend voorjaar.

De man is allang geen ram meer

Hij wordt geacht sensitief te zijn

Baard en lichaamsgeur verbannen

De neuker wordt als primitief gezien

Is het evolutie of slechts tijdelijk tarten

Dansen in de duinen van los zand?