
Feuilleton
Feuilleton door Wim Drijver
35. Schaap
Een lichtend voorbeeld voor mij is altijd het beroemde eilandschaap geweest, dat in mijn jeugd zo alom aanwezig was. Een onderschat evolutionair meesterwerk dat zijn weerga niet kent. Zowel in de weilanden als de duinen om ons huis graasden zij er gedecideerd en gretig op los. Kijk een schaap in de ogen en besef dat deze gedomesticeerde moeflon zo veel meer in haar mars heeft dan de nietszeggende dode blik doet vermoeden. Glashelder heeft het hoefdier haar prioriteiten op een rijtje. Eten, eten, lammetjes, eten.
En als er geen eten is, daar hard en verontwaardigd blèrend bij de boer om vragen. In de gecompliceerde wereld om je heen verbaal communiceren met slechts enkele varianten op het schor slepend ten gehore gebrachte "bèèh" is natuurlijk ronduit geniaal. Ik heb het zelf in een melige bui wel eens geprobeerd tijdens een potje voetbal achter school. Als ik de bal wilde - en dat was eigenlijk altijd het geval - riep ik "bèh!” En als een medespeler hard onderuit werd geschoffeld door de tegenstander, dan keurde ik dat af door hard “bèhèèh” te declameren. Na een fraai doelpunt jubelde ik bescheiden “bèhèhèèh”. Ik moet eerlijk toegeven dat het niet werkte. De enige respons die ik kreeg, waren verbaasde blikken van mijn mede- en tegenspelers en af en toe een vaag geblaat vanuit het weiland verderop. “Doe maar niet”, zei Peter. Einde experiment.
Wat een schaap verder goed op orde heeft is de kleding. Het permanent gedragen flatterende scheerwollen hansop was de modieuze onesie ver vooruit, zit als gegoten en beschermt tegen weer en wind en ook tegen de zon. Het enige probleem is dat de vacht te dik kan worden. Dus is het voor de veelzijdige viervoeter wel zaak om voor de zomer de boer over te halen het scheergerei tevoorschijn te halen. Mede gestimuleerd door de wolprijs was hij daar meestal graag toe bereid, hoewel je toch af en toe een weiland met schapen zag waar Boermans te laat was en het predicaat bad hairday een understatement genoemd kon worden. Jammer, want een schaap is een trots en ijdel dier dat zich op de groene catwalk liever niet met een verfomfaaide en uitgescheurde rafeljas presenteert.
Een ander risico van te laat scheren (mijn opa schoor overigens niet maar had nog een grote knipschaar waarmee hij snel en bijzonder behendig het schaap uit de winterjas hielp) zijn wurmen. “Dot skéép het wurremme!”, stelde mijn opa zorgelijk vast. Zo diep mogelijk in de vacht kruipend legt de Lucilia-vlieg haar eitjes, die bij warm weer uitkomen met vleesetende larven. Ik zal u de details besparen, maar het was dan zaak om er snel bij te zijn met een Gazeusefles, gevuld met beestjes dodend vocht, dat door opa op de kaal geknipte wond in de huid werd gesprenkeld. De vermicelli die er na een paar minuten inwerken met de blote hand uit werd gewreven, waren de larven die in het gras nog wat nakronkelden, maar daar al snel de geest gaven. Bij dit soort reddingsacties stond ik er graag bovenop, leven en dood intrigeerden mij, het ging ergens om.
Ondoorgrondelijk nobel dier
Lammetjes, lammetjes
Lege ogen die alles zien
Lammetjes, lammetjes
Hooi, water, gras
Lammetjes, lammetjes
Geef het leven door
Lammetjes, lammetjes