Afbeelding

Anders bekeken

Verliefd bezoek


Met de staart omhoog komt hij door de Oranjestraat gewandeld. De neus op het goede spoor. Het hart klopt sneller terwijl de trommels van de drumband een mooi ritme slaan. Een hele stoet met kinderen op fietsen gaan voorbij, veel oranje. De straat doet zijn naam eer aan. Iedereen is blij, vooral hij. Op bezoek bij zijn Friese vriendin. Met blonde golvende wat langere haren, een mooi slank smoeltje. Hij heeft zijn beetje rossige baardje wat gepoetst en zet zijn beste beentje voor. Alle vlaggen hangen uit, een feestelijke dag. Hij spitst zijn oren: mooie muziek, vandaag zal hij haar vast zien.

Hachi heeft een onafhankelijke aard, hij gedraagt zich waardig. Het is een volhouder, zijn loyaliteit is groot en dat siert hem. Hij heeft wat tekst geoefend en wat Friese woorden geleerd. Daar kan hij vast indruk mee maken. Normaal is zij meestal aan het woord, spreekt haar talen geweldig. Soms zeggen ze niets, dan doet de lichaamstaal, de geur alleen al genoeg.

Zij houdt van kinderen, is altijd vriendelijk en behulpzaam. Er is wat ophef geweest in de media, ach ja de socials. Je weet hoe het gaat in een dorp. Maar daar trekt hij zich niets van aan. Hij ziet haar al bij het busstation. Ze staat een beetje op de uitkijk. Zijn hart gaat nog sneller slaan. Hij draait om haar heen. Gelukkig de bewaker is er niet, die zwarte strenge potige beveiliger die altijd alarm slaat als hij in de buurt is, is in geen velden of wegen te bekennen. Die is zeker met de grote baas op stap.

Samen gaan ze een straatje om. Ze lacht naar hem, en hij moet zichzelf inhouden. Naar links, naar rechts. Wat een fijne dag. Hij voelt zich de koning te rijk. Zijn Friese klanken maken indruk, dat zeker. Ze lopen door het bossie en gaan op weg naar de varkens. Daar is een hoop te doen. Wow. Wat grotere kinderen zijn aan het slepen, timmeren en bouwen. Wat een hout, heel veel pallets en stapels takken. Zijn hart staat in vuur en vlam. In de verte ziet hij twee hazen achter elkaar aan rennen. Was ik maar een haas, denkt hij, dan was het zo voor elkaar. In de lucht zingt de leeuwerik, die heeft al een nestje, nou hij nog.

"Souwtje en Hachi wat doen jullie hier?” Daar komt de grote baas aangefietst, hij pakt een riem en brengt hem terug naar de bazin. In het zonnetje valt hij in slaap. Hij is moe van zijn avontuur, of was hij in dromenland? Morgen staat hij vast in de krant.

Erna