Afbeelding

Feuilleton

Feuilleton door Wim Drijver


34.      Vrijheid

Een brommer was een verlengstuk van je identiteit. De hippies of alternatieven reden op een Puch of Tomos. Liefst met een hoog stuur en een vossenstaart achter aan het zadel. Heel populair waren ze niet. Stoere gasten en boerenzonen hadden een Zündapp of Kreidler. De laatsten waren meestal oranje terwijl de eigenaar een groene NATO jas uit de dump aanhad. En de irritante jongens zoals ik kozen een Yamaha FS1 met nagelnieuwe technologie uit Japan. 

Uiteraard waren vrijwel alle brommers opgevoerd. Mijn metallic groene Yamaha werd kort na de aanschaf bij Henk “Pruts” Troost door ondergetekende naar een adresje in Den Helder gereden waar de cilinderkop, de carburateur en de uitlaat even werden opgewaardeerd waarna ik met 75 km per uur weer terug naar de boot kon rijden. Mijn broer had een exotische Garelli die vol gas 90 km per uur reed. Hij had er plezier in om zich op de Hoornderweg, rond de 65 km per uur rijdend, zogenaamd te laten inhalen door een Zundapp of Kreidler bestuurder uit het dorp die dan met veel moeite voorovergebogen liggend op de tank langszij kwam. Maar op dat moment kwam Peter, die tot dan ook plat naar voren lag, overeind en schakelde met de voet van de drie in zijn vier en spoot er met een indrukwekkend gebrul vanuit de uitlaat vandoor.

Dat mijn ouders dit soort escapades toelieten heeft mij, vooral later, wel eens verbaasd. In zijn algemeenheid werd ons weinig in de weg gelegd. Vanaf mijn veertiende pakte ik geregeld één van de jachtgeweren waarvan er drie bij ons in de huiskamer in een fraaie houder aan de wand hingen. Mijn eerste eend schoot ik toen ik het geweer nog met moeite aan mijn schouder wist te krijgen. Door de terugslag na het schot stond ik opeens een meter achterwaarts. 

Minder humoristisch was het verhaal dat ik een keer met het geweer in het Nieuweland liep om op verzoek van de buurman een groep meeuwen te verjagen. Het leek mij stoer om, zoals je wel zag in cowboy films, nonchalant vanaf de heup een schot te lossen. Maar wat ik zwaar onderschat had was dat het geweer door de terugslag ongecontroleerd omhoog ging en mijn vinger die nog om de trekker zat ook het tweede schot er uit liet knallen. Ik voel nog de luchtdruk van de hagel die vlak langs mijn gezicht omhoog schoot.

En op een ochtend op mijn zeventiende zaten we weer eens achter de grote hoekramen in de kamer koffie te drinken toen er plotseling een auto langskwam die erg leek op de Simca 1000 van Peter. Maar die zat naast mij. Nu was het op zich al een belevenis als er op het doodlopende weggetje voor ons huis een auto reed maar wat echt bijzonder was dat er niemand achter het stuur zat. Althans dat dachten we tot we opstonden en we de witte kruin van mijn broertje van tien zagen die met zijn rug tegen de voorkant van de bestuurderstoel lag om bij het gaspedaal te kunnen en tegelijkertijd het stuur boven zijn hoofd moest vasthouden. Ook mijn ouders konden daar smakelijk om lachen.


Als er al grenzen waren

Werden ze verlegd 


De heining of tuunwal

Graag een stukje verder 

Een hek dat dicht was 

Kon ook open toch? 

En een afspraak gold

Zolang als hij duurde 

Totdat je te ver ging

En door ervaring leerde

Dat het soms beter was

Om je gedeisd te houden