
"Rijden was mijn werk,
maar vooral mijn liefhebberij"
Het wagenpark van de Firma A. Bakker en Zn. - voorloper van transportbedrijf AB Texel - bestond uit zegge en schrijve één kleine Ford-vrachtwagen, toen Harry Wetenkamp er in 1962 als 21-jarige in dienst trad. Maar het succes kwam al snel. "Boeren gunden ons de handel. We konden goed met mensen omgaan, boden goede service en vonden het geen probleem om op zondag te leveren."
Harry Wetenkamp is al bijna twintig jaar met pensioen. Officieel dan, want van leeftijd trekt de 84-jarige zich weinig aan en naast zijn gewone werk reed hij als vrijwilliger voor de organisatie Hulp Oost-Europa Texel met voedsel en uiteenlopende hulpmiddelen maar liefst zevenentwintig keer naar Roemenië en Moldavië. Mooi en dankbaar werk, waarvan de allerarmsten profiteerden. Maar vooral zo leuk omdat hij achter het stuur van een vrachtauto pas echt van het leven geniet. "Ik vind het fijn om mensen te helpen. En ik hou van avontuur."
Dochter Caroline hoort het verhaal van haar vader lachend aan en zegt dan liefdevol: "Ik weet nog dat hij de leiding van het bedrijf overgaf aan Dennis (zoon van Harry, broer van Caroline, red.) en dat hij zei: 'Heerlijk, niet de hele dag die telefoon meer.' Hij kon gewoon gaan rijden, zonder zorgen. Pa is sociaal en een echte werker. Ook nu nog doet hij klusjes voor wie hem maar vraagt."
Ze is nog niet uitgesproken of de deurbel gaat. Wanneer Harry even later weer aan de keukentafel zit, zegt hij: "Dat was een vriend van me. Hij vroeg of ik een sta-op-stoel voor hem wilde ophalen. Uit Arnhem. Er was geen haast bij, zei hij."
Als je het vriendelijk vraagt, dan doe ik alles, maar ik hou niet van commanderen
Harry's naam is onlosmakelijk verbonden met die van AB Texel, dat vorig jaar honderd jaar bestond en in een eeuw uitgroeide tot een grote speler in de internationale transportwereld. In het jubileumjaar telde het bedrijf 3.100 medewerkers en - inclusief opleggers, heftrucks, personenauto's en busjes - meer dan 5.000 voertuigen. Harry maakte de groei van dichtbij mee, vanaf het moment dat hij in 1962 bij de familie kwam.
In dat jaar kreeg hij verkering met Annemarie Kuip, een kleindochter van oprichter Aad Bakker. Haar familie was aanvankelijk niet zo blij met hem, want Harry was dienstplichtig militair op de Mok. "Mariniers waren niet gezien op het eiland. Ik kon me daar iets bij voorstellen. Lastig volk werd op de Mok gestationeerd. Zoals een soldaat eerste klas die op zijn 45ste nog steeds geen rang hoger was gekomen. Mijn schoonvader zei in het begin niks tegen me. Maar de eerste klus voor opa Bakker, de opa van Annemarie, was het reviseren van de vlasmachine. Die heeft daarna het hele jaar gedraaid zonder kapot te gaan. Vlak daarna haalde ik mijn rijbewijs. In de winter van 1963 durfde ik in een sneeuwstorm gewoon door te rijden. Daarmee scoorde ik punten bij opa. Bij hem kon ik geen kwaad meer doen."
Harry werd geboren in Neerbosch bij Nijmegen. In het gezin waar hij opgroeide, was armoe troef. Zijn vader werkte bij de NS, waar hij verantwoordelijk was voor het beladen van de locomotieven met kolen. "Ik was elf of twaalf toen ik met een vriend bij NEC wilde voetballen. Daarvoor moest je schoenen en een shirtje aanschaffen. Het feest ging niet door, er was geen geld voor."
Op de ambachtsschool verdiende Harry een extraatje bij in dienst van een parlevinker, een winkelier die met een bootje over De Waal voer om levensmiddelen te verkopen aan voorbijvarende schepen. "Maar ik wilde eigenlijk chauffeur-monteur worden, net als een broer van mijn moeder, tegen wie ik huizenhoog opkeek. Op mijn zeventiende kon ik leerling-monteur worden bij een transportbedrijf."
Als dienstplichtig militair werd hij gelegerd in Doorn. Hij bleek er slecht te hanteren. "Als we moesten lopen, ging ik langs de kant van de weg zitten. En van je sokken nummeren zag ik het nut niet in. Ik was niet dwars, maar ik deed het gewoon niet. Als je het vriendelijk vraagt, dan doe ik alles. Maar ik hou niet van commanderen."
Terwijl andere dienstplichtigen werden uitgezonden naar Nieuw Guinea of Curaçao, belandde Harry in 1961 op de Mok op Texel, een verbanningsoord voor lastige gevallen. Hij werd er monteur. "Geen moeilijk werk. Als ik geen zin had om te werken, ging ik onder een boot liggen. Dan zag niemand je meer. En als ik wilde varen, dan zei ik dat de motor van de Zodiac-rubberboot moest worden getest. Ik kreeg er ƒ1,75 per dag, maar verdiende wat bij met handeltjes hier en daar. Ik had geen rijbewijs, maar reed oude motoren van Nijmegen naar Texel om ze hier te verkopen."
Korte tijd later kwam hij in contact met Jaap de Graaf, de vader van journalist Harry en ondernemer Theo, die een eigen smidse had. "Ze repareerden er trekkers van loonbedrijven. De grote drie waren die van Witte, Grisnigt en Van Strien. Ik kon er het monteursvak verder leren en mocht ook bij de familie De Graaf in de kost. Later verhuisde ik naar de familie Jas. Vader Jas was al vroeg overleden en moeder Jas bleef achter met elf kinderen. Om rond te komen, verhuurde ze kamers aan kostgangers. Ik heb er een geweldige tijd gehad."
Toen hij verkering kreeg met Annemarie Kuip, besloot hij op Texel te blijven. "We leerden elkaar kennen op een stapavond in Casino. Annemarie reed in de grote Ford Fairline van haar vader met haar vriendinnen naar Den Burg ." Glimmend: "Ik vond haar wel interessant."
Hoewel hij als marinier de nodige scepsis van zijn aanstaande schoonfamilie moest overwinnen, draaide hij al snel mee bij de Firma A. Bakker en Zn. Dat was toen nog een handelsbedrijf, dat hoofdzakelijk veevoer en kunstmest opkocht en verkocht aan boeren. Het wagenpark bestond uit één en en iets later twee kleine Ford-vrachtwagens. "We reden elke dag een andere route. De ene dag gingen we naar Den Hoorn, de andere naar Oosterend, polder Eierland of De Koog. Het was nog allemaal klein. Een paar zakken van dit naar de ene boer, een paar zakken van dat naar de andere."
Harry deed het werk samen met zijn schoonvader, Jan Kuip. In het jubileumboek dat vorig jaar over AB Texel verscheen, vertelt hij dat de taken verdeeld waren. "Ik ging vooral naar Eierland. Veel boeren daar waren import, net als ik. De oude Texelse families zaten vooral rond de dorpen. Daar hadden ze liever een echte Texelaar als leverancier. Een keer deed ik de route Den Hoorn. Toen mijn schoonvader daar een week later kwam, zeiden ze: 'Je schoonzoon was hier, maar wat hij heeft gezegd weten we niet.' Ik had toen nog een Brabants accent."
Al snel kwam er een nieuwe DAF en daar mocht Harry op rijden. "Kunstmest halen in Pernis of Winterswijk, veevoer in Zaan of Alphen aan den Rijn. Slakkenmeel haalden we in België. Prachtig werk en ik dacht dat ik vreselijk veel verdiende. Daar was opa het niet mee eens. 'Ik denk dat je meer verdient als je de boer opgaat', zei hij. Dat was zo'n wijze les, dat ik gelijk naar overbuurman en collega Rien Bakker ben gegaan. 'Haal jij het voer maar', zei ik tegen hem, dan ga ik op kantoor.'"
De firma Keijser & Co en de coöperatie Cavo Latuco waren van oudsher geduchte concurrenten, maar de firma Bakker kreeg er steeds meer klanten bij. "Boeren gunden ons de handel. We konden goed met mensen omgaan. Daarnaast boden we goede service en vonden we het geen probleem ook op zondag te leveren."
De service ging ver. Ook later nog, toen Dennis en Caroline al waren geboren, stond zijn leven in het teken van werken. Net als veel andere Texelaars maakte het gezin op zondag graag een rondje, maar dan om silo's te kijken. "Welke was leeg? Dan moest daar voer naartoe worden gebracht. Dat deden we desnoods ook 's avonds." Niet dat dat snel het geval was, trouwens. "Ik had schema's en wist vaak eerder dan een boer zelf wanneer hij weer aan voer toe was. Als we dan het erf opreden, hoorden we vaak: 'Oh, is de silo alweer bijna leeg?' Toen ik in het bedrijf kwam, hadden we vijftig klanten, door alle service waren dat er een paar jaar later al tweehonderd."
Met de komst van zoon Dennis in het bedrijf zou de geschiedenis zich een kwarteeuw later herhalen. De firma Bakker was inmiddels een transportbedrijf geworden en steeds duidelijker werd dat een goede planner geen overbodige luxe was. "Dennis zei: 'Ik denk dat ik meer verdien als ik thuis blijf.' Ik vond het wel een goed idee. Dennis en Jelle (schoonzoon Jelle Visser, red.) namen steeds meer van me over en we begonnen te groeien. Ik had al lang gezien: als ouderen te lang aan het roer blijven, dan gaat het op een gegeven moment verkeerd. Ik stapte op de auto en kon weer genieten. Rijden was mijn werk, maar vooral mijn liefhebberij. In de jaren erna ben ik overal geweest: Oost-Duitsland, België, Frankrijk, Denemarken, Zweden. Ik vond het heerlijk."
Na zijn pensioen bleef Harry gewoon doorrijden. Als vrijwilliger vooral en meestal voor de organisatie Hulp Oost-Europa Texel. Mooi en dankbaar werk, maar niet altijd even gemakkelijk. Een gemiddelde reis duurde een week en werd vaak extra vertraagd door corruptie. In het jubileumboek vertelt hij: "Ik kan je verhalen vertellen over obstructies bij de grens. Dan moest je geld meenemen om door de douane komen. Dat stopte je in je paspoort als je het afgaf. Als je je paspoort terugkreeg, was het weg. In Oekraïne hebben we een keer dertig uur aan de grens gestaan. De keer erop hadden we pootaardappelen bij ons voor de douane. Toen mochten we zo door. Je moet weten hoe het werkt."
Een bijzonder avontuur beleefde Harry tijdens een door Agrico gesponsord hulptransport naar Bulgarije. "Twee vrachtwagens vol pootaardappelen. We reden eerst naar Sofia, door naar Plovdiv en daar rechtsaf de bergen in. De aardappelen werden met de hand gelost. Mensen waren daar zo arm, dat als ze naar beneden reden ze eerst de motor uitzetten om brandstof uit te sparen. In een restaurantje bestelde ik patat en mijn bijrijder patat en een gehaktbal. Er kwam gelijk iemand naar onze tafel om hem op de foto te zetten. Toen ik onze tolk vroeg waarom dat was, antwoordde ze: 'Ze hebben nog nooit iemand gezien die patat én een gehaktbal bestelt. Dat is luxe.'"
In begintijd van de oorlog met Rusland reed Harry ook vier keer met voedsel en hulpgoederen naar Oekraïne. "Tot aan de grens, want ik had geen zin in problemen." Ondanks alles had hij al die transporten niet willen missen. "Ik help graag, maar het waren ook mooie ritten."
Joop Rommets

