Anders bekeken
De visser...
Ik zit in het kantoor de wekelijkse column te typen, als ik iemand iets in de brievenbus zie doen. Ik ben nieuwsgierig en sta op om te kijken. Ik pak een boek en denk: “Hoe kan dat nou? Dit boek heb ik besteld bij Theo en Juul en komt pas aan het einde van de week. Ik doe de deur open en zie een man een beetje lachend teruglopen. Ik roep iets van ”"Bedankt!” als hij zich omdraait.
Het is Mathijs Deen zelf. Mijn hart maakt een sprongetje. Zijn boeken - inmiddels geliefd in de familie - worden besproken en bejubeld. Deen kan als geen ander de sfeer treffen, de spanning opbouwen en minutieus beschrijven. Alsof je het meemaakt. Op het wad. Aan boord. Op ons eiland. Overal... Broer Laurens - Neerlandicus - lachte eerst een beetje toen ik de eerste thriller gaf. ”Is dit een soort van Baantjer, zus?” Nee, schudde ik: ”Dit is veel meer, broer, geloof me maar.” Toen we onlangs in Leuven waren, vroeg hij :”Wanneer komt het laatste deel? We zijn benieuwd hoe het afloopt." Een mooi gegeven als je zo schrijven kunt. Als je zo de mensen kunt laten meeleven in het verhaal en laten verlangen naar wat nog moet komen.
Hij zat hier ooit aan de keukentafel in gesprek met manlief voor een podcast. Dat werd een mooie podcast met Cor de Wolf (vlak voor hij stierf), Aai Vonk en de gebroeders Van der Vis: Marco en John. Allemaal vertelden ze hoe het er vroeger aan toe ging aan boord, bij de vaders, ooms, ja de tijden van weleer. Toen de visserman een groot aandeel had in het bestaan, ons dorp Oosterend met de Kotterstraat en Ankerstraat heette niet voor niets zo. Vissen was een bestaanszekerheid, een vast gegeven, een manier van leven, ook al ging het vaak langs het randje en was het een zwaar bestaan. De golven waren vaak hoog genoeg, misschien soms te hoog. De visser is het laatste deel van de serie, maar de realiteit is ook tot aan de laatste schepen gereduceerd. Helaas.
“Mag ik je omarmen?” vraag ik en hij begint te lachen. Marco komt om het huis naar de vrachtwagen lopen en kijkt verbaasd. ”Kijk eens wie hier is?” Zijn gezicht verandert naar verwondering. ”Mathijs, ben jij het? De schrijver knikt, ze geven elkaar een hand. Een mooi gebaar. Mijn schoonvader gaf de hele bemanning elke maandagmorgen voordat ze uitvoeren een serieuze hand, met de woorden: ”Een goede vaart.” In die handdruk lag een hoop besloten: een andere wereld, een diepe zee met gevaarlijke kuilen. Een wereld van wind, storm en regen, maar ook een wereld van avontuur, mooie zonsopkomsten, goede visserij en verlangen naar het thuisfront, de vrouw, de veilige haven.
Erna