Het bosje langs het Burgerdijkje, voorheen de plas Diepwaal, ooit gedempt met vuilnis uit Den Burg.
Het bosje langs het Burgerdijkje, voorheen de plas Diepwaal, ooit gedempt met vuilnis uit Den Burg. Foto: Gerard Timmerman

'Mooiste meertje' werd vuilnisbelt

Diepwaal of Diepwéél. Het was de naam van een diepe plas, langs het Burgerdijkje, ooit ontstaan door een dijkdoorbraak. Lang geleden gedempt, sindsdien een soort eiland begroeid met bomen en rondom een sloot.

Hoe Diepwaal er ooit uitzag, is nog te zien op een oude kadasterkaart in het boek ‘Veldnamen van Texel’ van Sjaak Schraag (afbeelding linksonder).

De familie Bakker noemde de schuur die in 1876 op de hoek Kogerweg-Nieuwlanderweg werd gebouwd en die nu nu Buitenheim heet Diepwaal.

Natuurbeschermer Jac. P. Thijsse was er lyrisch over en omschreef het als "één van de mooiste meertjes, getuigend van oude dijkdoorbraken".

Dat beeld veranderde drastisch toen de gemeente in de jaren dertig van de vorige eeuw besloot de plas als vuilstort in gebruik te nemen.

In de krant daarover op 9 november 1929 dit bericht:

“Dat ruimt op! Niet minder dan honderdentwintig wagenvrachten, hoog en zwaar opgestapeld, bestaande uit oude kachels, afgedankte potten en pannen, emmers en teilen, ketels en kachelpijpen, groentenbussen en meer van die fraaie voorwerpen zijn van de gemeentelijke vuilnisbelt aan de Hallerweg getransporteerd naar Diepwaal, waar met toestemming van de heer C.S. Keijser, al die eenmaal zoo nuttige artikelen aan het diepe water werden toevertrouwd. Vele dagen hadden wagens, met paarden bespannen, en vrachtauto’s werk te bewerkstelligen.”

Thijsse: Diepweel is verschandaliseerd tot stinkende massa

Ook nadien werd er veel afval uit Den Burg in Diepwaal gestort.

Rattenkweekerij

Niet iedereen was er blij mee, getuige dit verslag van een bijeenkomst van de Hollandsche Maatschappij van Landbouw uit 1933: “De voorz. is van meening, dat dan eerst de gemeente maar eens moet beginnen met het opruimen van rattenkweekerijen s b.v. Diepwaal. Laatst constateerde een voorbijganger, dat niet minder dan 47 ratten heel genoeglijk samen van een daar neergegooid kaasje zaten te smullen.”

Thijsse spuwde er in deze krant meerdere keren zijn gal over. “Diepweel, een van de mooiste meertjes, getuigend van oude doorbraken, werd gemaakt tot vuilstortplaats en gedempt tot een stinkende rookende massa, een ontwijding van een der aardigste wandelingen nabij het hoofddorp Den Burg, Texel.”

En: “Den Burg heeft veel geleden doordat het mooie en merkwaardige Diepweel verschandaliseerd is tot vuilnisbelt.”

En ook: “Het dempen van Diepwaal is niet meer goed te maken, doch laat men vooral dit pad niet verder bewandelen. Heel Nederland worstelt met het vraagstuk van vuilverwijdering. Laat Texel hierin ook niet te lichtvaardig handelen. Op den duur dunkt mij, zal men er toe moeten komen om de lichte afvalstoffen te verbranden - in behoorlijke verbrandingsovens en de zwaardere te verzinken in de diepe Texelstroom.”

Het storten ging blijkbaar lang door, maar in 1949 publiceerde de gemeente in deze krant het verbod van de gemeente om afval te dumpen in Diepwaal.

Tegenwoordig is Diepwaal langs het Burgerdijkje een rond stukje land met bomen er op. Het landje is eigendom van de gemeente, die het onderhoudt en de bomen snoeit. Eigenlijk herinnert niets aan de merkwaardige geschiedenis van dit stukje Texel. De historie zou vast de vergetelheid in zijn geraakt, ware het niet dat Gelein Jansen er in begon te spitten. Niet letterlijk, maar wel in de geschiedenis. En hij heeft er een mening over:

In ere herstellen

"Eigenlijk zou Diepwaal weer opengemaakt moeten worden en het aardige (door Thijsse zo verheerlijkte), weeltje weer in het zicht gemaakt moeten komen. Het Burgerdijkje is zo smal dat het meer de afmeting van een modern fietspad heeft en het onderdeel van een toeristische fietsroute zou kunnen zijn, evenals Weegeswéél (langs het Waalenburger Dijkje).”

Afbeelding