Anders bekeken

En voor morgen…


Ik kocht onlangs een rode broek. Ik draag nooit broeken en dan een rode! Zat heerlijk en stond leuk, zo vertelde de dame die mij hielp. Ze leek me eerlijk. ”Als het niet staat, zeg ik het ook”, zei ze toen ik haar aankeek. ”Nu nog een rode hoed”, zei ik gekscherend. Ik draag eigenlijk nooit iets op mijn hoofd, alleen een ski-helm. ”We hebben wel een bijpassend jasje!” De dame sprong omhoog en zwaaide handig het jasje over mijn schouders. Ja, ze had schwung, dat moet gezegd. Sommige dames kunnen alles doen, ze toveren met hun lach en diverse vragen.

In de Rode Hoed van weleer werd van alles door de talkshowpresentatrice Sonja Barend aan de gasten gevraagd. De opvolgster van Mies Bouwman was vrolijk en kritisch, ze had flair en wist de leukste en mooiste ontboezemingen op tafel te krijgen. Ze ontving opiniemakers uit de politiek, kerk en samenleving. Maar ook de ‘gewone’ Nederlander kreeg van haar aandacht. Ze bracht iets teweeg.

Als meisje in 1940 geboren, verloor ze haar vader op tweejarige leeftijd. Hij werd weggevoerd en in Auschwitz vermoord. Ze trouwde met programmamaker Ralph Inbar, woonde een aantal jaren met hem in Israël en schreef het autobiografische boek ‘Je ziet mij nooit meer terug’. Haar vader was voor haar een foto op haar bureau. Ze vroeg aan iedereen vele vragen, maar worstelde zelf met een heel groot vraagteken. Wie was hij? En hoe heeft dit alles kunnen gebeuren?

Aan haar eigen moeder durfde en kón ze de vragen niet stellen. Ze worstelde vooral met de vraag van het lot. Een bijzonder gebeuren en heden ten dage net zo actueel als toen. Beelden komen voorbij. Marinefregat vaart uit voor de inzet van Nederlandse schepen in de Straat van Hormuz. Ongeruste familieleden zwaaien uit. Wat zal de toekomst brengen? We leven nog in vrijheid, maar deze wordt duur betaald in de oorlogsgebieden. Zien we ze ooit weer terug?

Het koninklijk paar is op bezoek in de Verenigde Staten, Máxima wandelt in het Witte Huis in een rode jurk. Aan de onderhandelingstafel is een staakt het vuren, terwijl er wordt doorgeschoten. Hoe dan? ”Oma, heeft u nog een oranje jurk?” Boven op zolder is de verkleedkist en ik tover een rok, ooit gemaakt voor haar moeder in oranje satijn, tevoorschijn. “Oh die is mooi!” Suzan zwaait in het rond. ”Die doe ik aan!” Koningsdag, spelletjes, Dodenherdenking, Bevrijdingsdag, ze zijn allemaal onlosmakelijk verbonden.

Bedenken wat we aan moeten trekken is eigenlijk van ondergeschikt belang. Het is code rood en dat moeten we ons aantrekken. Ieder mens heeft recht om lekker te gaan slapen en weer gezond op te staan.


Erna