Moeilijk seizoen voor telers van aardappel

Een moeilijk jaar voor menig aardappelteler. Door de verhoudingsgewijs grote oppervlakte die vorig jaar in Europa is gepoot en hoge hectareopbrengsten is er een overschot aan aardappels ontstaan. Dat drukt de prijzen en zet de inkomsten van telers onder druk.

Het treft vooral telers die produceren voor de vrije markt. Die is op dit moment bijzonder zwak. Er wordt weinig geboden en de prijzen zijn fors gedaald, vooral voor verwerkingsrassen zoals frietaardappelen. Hoewel de prijs nog niet volledig is ingestort, is de tendens duidelijk neerwaarts, zeker voor de latere partijen.

Maar op Texel bestaat de aardappelteelt voor zo’n 90 procent uit de teelt van hoogwaardig uitgangsmateriaal, pootgoed. Die prijzen worden doorgaans bepaald via zogenoemde poolprijzen: wat de markt opbrengt, wordt uitgekeerd aan de boeren. Volgens LTO-voorzitter Dirk de Lugt zijn handelshuizen minder afhankelijk van de marktsituatie. "Daardoor voelen pootgoedtelers de gevolgen van de huidige crisis minder direct, al zullen ook zij uiteindelijk lagere prijzen ontvangen." 

Een deel van de aardappelen is verkocht via contracten. Handelshuizen exporteren deze aardappelen naar grote delen van Europa en naar het Midden-Oosten, vaak op basis van meerjarige afspraken. Toch ontkomen ook deze contractteelten niet aan de grillen van de markt en staan de opbrengsten onder druk.

Volgens akkerbouwer Bart Witte van hoeve Julia, die teelt voor handelshuis Hettema, liggen de prijzen van de poters ongeveer een derde lager dan vorig jaar. "Maar dat was dan weer een best jaar", vertelt zijn vader Thijs. Bart: "Telers die vorig jaar Spunta's voor de vrije markt teelden, kregen een aanzienlijk hogere prijs dan contracttelers zoals wij. Maar nu zitten zij wij aan de goeie kant. Wij hebben gekozen voor zekerheid."

Veel pootgoed gaat naar Noord-Afrika en landen als Israël, Egypte, Syrië, Jordanië en Libanon. De onrust in delen van de wereld heeft invloed, al is dat niet nieuw voor de sector. Voedselproductie blijft echter essentieel: landen willen hun eigen bevolking blijven voeden, waardoor de vraag nooit volledig wegvalt. Lees verder op pagina 2.