Kunstmatige en natuurlijke duinen.
Kunstmatige en natuurlijke duinen. Foto: Tom Kisjes

'Samenwerkende' duingrassen vangen zand

Duinherstel wordt steeds belangrijker door de stijgende zeespiegel en toenemende stormkracht. Paul Berghuis en collega’s van het NIOZ en de Universiteit Utrecht lieten in Texelse duinen zien dat duingrassen ‘samenwerken’ om zand in te vangen, zelfs als ze nog meters uit elkaar staan.


Volgens het NIOZ een ‘cruciale ontdekking voor efficiënt duinherstel’ en nu gepubliceerd Nature Communications.

Nederlandse dijken zijn wereldberoemd, maar we ‘bouwen’ ook al eeuwenlang duinen. De eerste kunstmatige duinen (zogenaamde ‘stuifdijken’) werden al aangelegd in de vijftiende eeuw. Recenter werd nabij Petten zo’n dertig miljoen m² zand opgespoten om de Hondsbossche Duinen te vormen en dichterbij ook de Prins Hendrikzanddijk ontstond door toedoen menselijk toedoen. Deze kunstmatige duinen lijken steeds meer op natuurlijke duinen, maar er zijn belangrijke verschillen.

Veerkrachtig

De onderzoekers: “Kunstmatige duinen functioneren als een dijk: ze bestaan vaak uit één hoog en stevig duin dat het zeewater tegenhoudt. Maar bij een doorbraak is daarachter nauwelijks meer bescherming. Natuurlijke duinen zijn breder en opgebouwd uit talloze kleinere duinen. Een enkel natuurlijk duin is daardoor kwetsbaarder dan een kunstmatig duin, maar al die duinen samen zorgen juist voor goede bescherming. Bovenal zijn natuurlijke duinen veerkrachtig: ze kunnen zichzelf herstellen na een storm en groeien mee met een stijgende zeespiegel. Eigenschappen die bijzonder waardevol zijn met het oog op een veranderend klimaat.”

Paul Berghuis en collega’s volgden met luchtfoto’s en hoogtemodellen de ontwikkeling van een jong, onbeheerd duinlandschap op De Hors (Texel). Berghuis: "We bestudeerden hoe meer dan 4000 duingras patches – dat zijn aaneengesloten stukken duingras, van enkele vierkante meters – in tien jaar een duinlandschap van twaalf hectare vormden. Daaruit blijkt dat duinvorming vooral wordt bepaald door hoe deze patches ten opzichte van elkaar liggen, en dat de grootte van de individuele patch juist minder uitmaakt.”

Twee keer zo efficiënt

De analyses laten bovendien een duidelijk kantelpunt zien: “Naburige patches kunnen samenwerken wanneer de onderlinge afstand kleiner wordt dan 4,5 meter. Dan verandert het systeem abrupt van losse zandvangers naar functioneel verbonden groepen.” Dat maakt nogal wat uit: “In die groepen wordt zand tot wel twee keer zo efficiënt ingevangen en vastgehouden, waardoor duingroei versnelt. Opvallend is dat duingras daardoor maar een klein deel van het grondoppervlak hoeft te bedekken om toch snel een groot duin te bouwen.”

Deze nieuwe inzichten zijn volgens Berghuis heel bruikbaar voor duinherstel. “Door duingras strategisch te planten, kunnen we het kantelpunt voor samenwerking tussen losse patches sneller bereiken. Dan kunnen we met relatief weinig planten en tegen lagere kosten natuurlijke duinlandschappen bouwen.”

‘Samenwerken' met de natuur wordt hierdoor een aantrekkelijkere optie: "Het idee is simpel: door slim te planten geven we duinvorming een vliegende start. Daarna nemen natuurlijke processen het werk over. Hierdoor bouwen we samen met de natuur aan veerkrachtige, klimaatbestendige duinenlandschappen.”

De wetenschappelijke publicatie is te lezen via deze link: nature.com/articles/s41467-026-70552-7

De Prins Hendrikzanddijk.