Afbeelding

Feuilleton

Feuilleton door Wim Drijver

 

28.     Vlakkie 1


Als er één door mensen gemaakt bouwwerk op Texel is dat ik associeer met mijn jeugd is het de duinboet ‘het Vlakkie’. Hier bij mij aan de overkant staat dit bouwwerkje symbool voor alles waar ik als het om Texel gaat zo gehecht aan ben. Gelegen aan het Molwerk aan de rand van de duinenrij tussen Neeltjes Nol en het begin van de Stuufdiek naar het amfibisch oefenkamp de Mok van het Korps Mariniers staat dit oerbouwsel er nog steeds. Gebouwd door mijn ouwe opa Dirk de Noorman in 1918. Met een rieten dak en een deur met een klink waar op een van de planken een koperen plaatje met de inscriptie ‘forebridge’ zit. Al het indertijd gebruikte hout was uiteraard gejut en de deur was kennelijk een aangespoeld deel van de voorplecht van een schip geweest. Misschien van een schipbreuk of gewoon overboord geslagen. De nok van de boerenhut bestond oorspronkelijk uit houten staken met grasplaggen, waar ik als kleuter nog een scholekster in heb zien broeden. De jonge lieuwen moeten aanleg hebben gehad voor schansspringen, want het zal een hele afdaling zijn geweest vanuit het nest over het rieten dak naar de grond.

Het Vlakkie was van oudsher een stal en opslagplaats. De duinen er omheen werden sinds het begin van de 20ste eeuw gepacht door mijn familie en ook een aangrenzend bescheiden aantal hectaren polderland in De Kuul behoorde bij het veeteeltbedrijfje dat door mijn ouwe opa en opa vanuit het dorp werd bestierd. De sketters (eenjarige koeien of pinken) stonden vroeger samen met de ram(men) in de winter in en om Het Vlakkie. De rest van het jaar liepen de puberkoeien in het Pompevlak en op de Helmbol dat te bereiken was via het huidige Paadje van Drijver in de richting van Loodsmansduin. De afscheidende schotten en grup (mestgoot) in de boet zijn nog steeds aanwezig. Net als de pomp voor het naar boven halen van drinkbaar grondwater.

Achter het Vlakkie stond vroeger altijd een tweetal hooischelven. Nog niet met geperst hooi, maar met de zeis gemaaid los gras, dat vervolgens met de lange vork op een hoop gestoken werd. De schelven werden afgedekt met bladriet uit de Geul om het hooi droog te houden en er overheen hingen oude visnetten met aan de uiteinden bakstenen om de zaak bij elkaar te houden. Naarmate de winter vorderde, werden de hooiklampen kleiner. De malende kaken van de hoefdieren in het Vlakkie waren daar begrijpelijkerwijs debet aan. Mijn vader heeft mij verteld dat er tot in zijn jeugd een geweer verstopt lag in de boet. Altijd handig als er onverwachts nog ergens wat geschoten kon worden. Of het geweer daar in de oorlog ook lag, weet ik niet. Mijn opa had weliswaar een Ausweis, dat hem het recht gaf het Sperrgebiet De Mok in te gaan (zit in mijn verzameling) ‘zur Beaufsichtigung seiner dort weidende Schafe’, maar ik vermoed dat hij het niet aandurfde om daar te stropen en zeker niet met het geweer. Een held op klompen en dat bedoel ik letterlijk.


Als ik aan het Vlakkie denk

Lopen de rillingen over mijn rug


De kern van mijn identiteit

Niet vervuild door ego en ambitie


Puur, weerbarstig en betrouwbaar

Eén met duinen en de wind


Gehavend zeker maar natuurlijk

Niet van plan de geest te geven


Tastbaar anker in het landschap

Oergevoel, familie, nostalgie …