
"Kinderen helpen rest te relativeren"
Robert Twijnstra groeide op in het Friese Exmorra. “Ik was veel op en rond het water te vinden: spelen met bootjes, vissen, veel schaatsen in Thialf en zeilen. Eerst kreeg ik les, later gaf ik als vrijwilliger les aan de jeugd.”
“Als je nog niet precies weet wat je later wilt doen, is het slim om iets te kiezen dat in de buurt ligt van je interesses. Voor mij was dat het water.” Dus koos hij voor de studie Kust- en Zeemanagement. Zo kwam Texel in beeld. “Dertien jaar geleden liep ik stage bij het NIOZ. In De Wijsneus ontmoette ik Simone. Uiteindelijk heeft dat ertoe geleid dat we hier, inmiddels met onze twee kinderen, nog steeds wonen.”
Zijn studie bracht hem ook verder weg. Zo liep hij een half jaar stage in Zeeland en volgde hij een minor op IJsland. “Daarna kwam ik weer terug naar Texel om af te studeren.”
Wetenschap en techniek
Na zijn studie ging Robert aan de slag bij het Zilt Proefbedrijf. Daarna maakte hij de overstap naar het NIOZ. Nu werkt hij daar als medewerker technisch onderzoek. “Als je het heel kort door de bocht zegt, help ik wetenschappers bij het verzamelen van data en het opzetten van experimenten. Maar daar zit een enorme variatie aan werkzaamheden achter."
Je kunt onderzoek grofweg in twee richtingen indelen. Je hebt het observeren en monitoren: in kaart brengen hoe een systeem werkt. Maar als je wilt verklaren waarom iets gebeurt, dan kan dat vaak niet in de natuur. Daarom worden delen van de natuur nagebootst in klimaatkamers. Daar kun je bijvoorbeeld temperatuur, zoutgehalte en nutriënten aanpassen en kijken wat er gebeurt met organismen uit de Waddenzee. Voor dat soort experimenten moeten complete installaties worden gebouwd. Dat is waar ik vaak bij betrokken ben.”
Zijn werk zit op het snijvlak van techniek en biologie. “Je kunt wel een mooie installatie bouwen, maar die moet ook aansluiten bij de onderzoeksvraag. Het begint dus met de vraag: wat wil je precies weten?”
Werk op het snijvlak techniek en biologie
Onderzoeksfuiken
Daarnaast gaat Robert bijna dagelijks het water op. Samen met collega Dennis Mosk vist hij met onderzoeksfuiken voor een langlopend monitoringsproject. Dat gebeurt op twee plekken: bij de Mokbaai en bij de NIOZ-haven. “Die bij de Mokbaai loopt al meer dan zestig jaar. Het is belangrijk dat we exact dezelfde methode blijven gebruiken als onze voorgangers, zodat de populatietrends goed in kaart kunnen worden gebracht.”
In de fuiken komen allerlei soorten terecht, voornamelijk vissen, krabben en kwallen. “Door het seizoen heen zie je duidelijke pieken. Geep bijvoorbeeld komt maar een paar dagen naar de kust om eieren af te zetten. En je ziet veranderingen: kabeljauw schuift op naar het noorden en wordt hier zeldzamer, terwijl zeebaars, die hier voorheen nauwelijks zwom, juist vaker voorkomt.”
Het zeewiercentrum
Robert beheert ook het zeewiercentrum van het NIOZ. Daar wordt zeewier in stand gehouden voor wetenschappelijk onderzoek. “Wetenschappers kunnen hier uitgangsmateriaal ophalen. Bijvoorbeeld om zaad te winnen of experimenten te doen.”
Een bijzonder soort is suikerwier. “Dat groeide vroeger achter het NIOZ, maar is door de dijkverzwaring verdwenen. Gelukkig hebben we het hier nog in cultuur.” Andere soorten doen het juist uitbundig. “Zeesla groeit momenteel letterlijk de bak uit.”
KNRM
Robert is sinds 2016 opstapper bij de KNRM in De Cocksdorp. “We oefenen wekelijks, maar echte acties blijven het meest leerzaam. Twee jaar geleden kregen we een melding dat er iemand in zee zou zijn gelopen bij de Sluftermonding. Het was tien uur ’s avonds en het water drie graden. Dan ga je er met het idee naartoe dat er iemand in het water ligt. Uiteindelijk bleek het loos alarm, maar zo’n situatie kun je in een oefening niet nabootsen.”
Na afloop wordt alles geëvalueerd. “Waar kun je tijd winnen? Wat ging efficiënt en wat niet? Daar leer je veel van.”
Het werk draait ook om samenwerking. “Iedereen heeft zijn eigen expertise. De een is technisch sterk, de ander een uitstekende schipper. Er is ook het menselijke aspect. Bijvoorbeeld als je iemand aan boord krijgt die van streek is, dan probeer je die gerust te stellen.”
Gezin op nummer één
Best een druk leven, maar het gezin staat voorop. Robert en Simone hebben twee zoons: Kjelt (6) en Jens (3). “Je hoort wel eens dat je tachtig procent van de tijd met je kinderen hebt tot ze twaalf zijn. Daarna krijgen ze hun eigen leven met vrienden. Dat besef maakt dat je er nu bewust tijd in wilt steken.”
Daarom betrekt hij zijn zoons vaak bij klusjes in huis of in de tuin. “Het gaat misschien wat langzamer, maar ze vinden het prachtig om mee te helpen. En ze zijn trots als ze iets hebben bijgedragen.”
Triatlon
Hij heeft nóg een passie: triatlon. “Een paar jaar geleden maakte ik met mezelf de afspraak om nieuwe vaardigheden te leren. Zwemmen kon ik nog niet goed, dat wilde ik onder de knie krijgen.” Dit combineren met het inschrijven voor een eerste triatlon was een goede stok achter de deur. Met hulp van zwemtrainer Theo Boom ging hij fanatiek trainen. “Theo's onvermoeide inzet en coaching heeft er voor gezorgd dat ik in een jaar tijd echt naar een ander niveau ben gegaan. Daar ben ik hem enorm dankbaar voor!"
Het resultaat: zijn eerste halve Ironman. “1,9 kilometer zwemmen, 90 kilometer fietsen en een halve marathon lopen. Dat was echt een mijlpaal.”
Relativeren
Toch is het niet de sport, het werk of het vrijwilligerswerk dat tegenwoordig het belangrijkste is. “Het grootste plezier haal ik uit onze kinderen. Dat helpt ook om andere dingen te relativeren. Samen met Simone twee nieuwe levens begeleiden, dat blijft het mooiste dat er is.”
Opvolger
"Als opvolger in 'Eiland van...' wil ik mijn collega Anne de Jong aandragen. Ze staat vaak voor menig collega klaar en is nu een aantal jaar op Texel. Oorspronkelijk komt ze ook uit Friesland. Als watersportster is ze graag op het water en daar ook erg bekend mee. Iets dat in ons werkveld goed van pas komt!”
Gerard Timmerman