Afbeelding

Randverschijnselen

Texelaar of niet?


Het lijkt of alles eerder begint. De lente, gemiddeld twee tot drie weken eerder dan pakweg een eeuw geleden. Krokussen staan eerder in bloei, vogels nestelen eerder en bij tuiniers begint het te kriebelen. Zelfs 1 april schuift naar voren. Toen ik vorige week het bericht over het nieuwe standplaatsenbeleid van Staatsbosbeheer online zette, kwam van meerdere kanten de reactie dat het een 1 aprilgrap betrof.

Naarmate de datum nadert, dien je op je hoede te zijn. Want vóór je het weet stink je er zelf in, ook als redacteur. Het zal toch niet?, dacht ik. Ik was niet de enige. Ook bij Hart voor Texel, dat het college direct na publicatie vragen over de standplaatsen had gesteld, was de twijfel toegeslagen. In een appje meldde de partij dat als het een grap betrof, ze de vragen zouden intrekken.

Ik kón het me niet voorstellen. Bij SBB staan ze niet bekend als grappenmakers, natuurbeheer is een serieuze zaak. Toch maar even nagevraagd. Geen grap dus. Ze vroegen zich wel af hoe ik toch aan dat idee kwam. Tja, misschien wel begrijpelijk: In het bericht stond dat ondernemers tot 1 april konden reageren… En dan heb je de poppen aan het dansen.

Als het op 1 aprilgrappen aankomt, heeft deze krant een traditie hoog te houden. Er hebben er in het verleden heel wat in gestaan. Soms bedacht de redactie die zelf, in andere gevallen kregen we die aangereikt.

Mijn biologisch klok volgt nog het oude ritme, 1 april staat nog niet op mijn netvlies. Mijn focus ligt nu op de gemeenteraadsverkiezingen. 18 maart, nog ruim twee weken te gaan. Interviews met politici, partijprogramma’s doorspitten en stellingen bedenken.

Maar toen ik het partijprogramma van Hart voor Texel las, raakte ik onbedoeld toch in de 1 aprilstand. Want daar las ik: “Voor veel Texelaars begint de band met het eiland al vanaf de geboorte, ook wanneer die geboorte plaatsvindt in Den Helder. Wij vinden dat die verbondenheid erkend mag worden. Daarom willen wij dat Texelse kinderen die aan de overkant worden geboren, officieel als Texelaars geregistreerd kunnen worden. Daarnaast willen wij ieder kind een Texels geboortecertificaat aanbieden als bevestiging van die band.”

Precies zoals onze 1 aprilgrap van 1997: Kinderen die in de ‘Texelkamer’ van het Gemini ziekenhuis (door ons gebombardeerd tot Texels grondgebied) geboren werden, kregen een Texels geboortecertificaat. De grap was een doorslaand succes, menig ouder meldde zich met een kort daarvoor in Den Helder geboren baby voor dit bewijs.

Dat ‘Texelaarschap’ zit dus hoog. Maar volstaat zo’n geboortecertificaat wel om je Texelaar te mogen noemen? Of zijn er andere eigenschappen nodig voor zo'n Texelse paspoort (dat echt verscheen in 1979)? Gids daarvoor is wellicht het boekje ‘Omgaan met Texelaars’ dat in 2002 verscheen, bedoeld voor de toerist. Het zou geschreven zijn door overkanter  Hugo Bakhuys-van den Brink, naar verluidt een pseudoniem voor twee Texelse auteurs. 

Hoe dan ook, volgens deze ‘kenner van de Texelse volksaard' is de Texelaar in de menigte goed herkenbaar. “De gang is iets voorover gebogen, met een langzame ietwat schommelende pas. De handen bevinden zich doorgaans op de rug, de stem is luid en krachtig.” 

De Texelaar heeft een speciale manier van groeten: “Door het hoofd in de nek werpen, een wijsvinger in de lucht steken en/of 'heui' te roepen. In winkels maken Texelaars graag aan praatje met elkaar, maar ook met de kassière, zodat vreemden lang moeten wachten."

Voorwaarde natuurlijk is ook dat je de Texelse Courant leest, al is het maar om te controleren of alle nieuwtjes die je hebt gehoord werkelijk hebben plaatsgevonden. Naar aanleiding van het consumptiegedrag krijgt de toerist de wijze raad “beter niet te proberen het drankgebruik van de Texelaar bij te houden”.

Ook het Texels dialect ontkomt niet aan een beschouwing: "Als je een Texelaar tegen iemand hoort zeggen 'Bei jee nag te bluesen weest?', dan betekent dat: 'Heb jij laatstelijk het bluesfestival bezocht?”


Gerard