Hans en Colinda vernieuwden onlangs deze uitkijkpost bij De Robbenjager voor Stichting Vogeleiland Texel.
Hans en Colinda vernieuwden onlangs deze uitkijkpost bij De Robbenjager voor Stichting Vogeleiland Texel. Marc Plomp

"Eerst de natuur, de rest komt daarna"

Je achtergrond: van wie ben je d’r ien?

“Van Cees van Jannetje, vroeger de vrachtrijder. Ik ben een echte Durper. Geboren, getogen en gebleven. Toen ik naar de middelbare school in Den Burg moest, merkte ik hoe klein mijn wereld was. Op de eerste dag verdwaalde ik.”


Wat deed je allemaal in je jeugd?

“Ik weet niet of alles geschikt is voor de krant... Vlotjes bouwen in de Roggesloot, hutten in de duinen, van dat soort dingen die wij heel normaal vonden. Ik was veel achter de dijk te vinden. Een prachtige jeugd. Fuiken zetten en pieren steken deden we ook. Die verkochten we ’s zomers aan badgasten. Een aardig handeltje, want er zaten hier veel sportvissers.”


We proberen het consumeren op een laag pitje te houden

Jullie varen geregeld naar Terschelling?

“We hebben een oude Engelse catamaran, daarmee kunnen we op de motor en op het zeil varen. Met z’n tweeën kunnen Colinda en ik er net in liggen, geschikt voor een paar nachten. Helemaal aangepast aan onze eigen wensen. Mijn dochter en kleinkind wonen daar. We hebben zelfs eens lange balken meegenomen om een schommel te maken. Die staken ver vooruit, we leken wel een soort oorlogsschip.”


Wat is nog meer leuk aan Terschelling?

“Het doet me denken aan Texel in de jaren tachtig en negentig. In de winter is het er echt rustig. In de zomer komen de toeristen, dat geeft reuring, iedereen is blij. En daarna zakt het toerisme weer in. Hier op Texel is het toerisme z’n doel wat voorbijgeschoten. Die echte rustige winterperiode mis ik wel. Teveel huisjes, hotels en wat al niet meer voor toeristen. Onze voorzieningen kunnen het niet meer aan. De waterdruk valt weg, het riool kan het niet meer aan.”


Waarom Texel en niet de overkant?

“Hier staat niet elke vijftig meter bebouwing. Aan de overkant staat overal wat. Om de tweehonderd meter een stoplicht, hoogspanningsmasten, windmolens. Alles is vol. Hier is nog ruimte. Daar moeten we zuinig op zijn.”

Hij maakt zich zorgen over ideeën voor kleine windmolens. “Ashoogte vijftien meter, tip van de wiek boven de twintig. Als je bedenkt dat de vuurtoren 36 meter is… Het lost niks op, alleen meer onrust op het elektriciteitsnet.”


Jullie zaten in het Inwonersberaad.

“Dat vonden we interessant. Een windmolenexpert vertelde dat als de diameter twee keer zo groot is, een molen vier keer zoveel oplevert. Met andere woorden: wat nu 15 meter is, is over tien jaar 35 meter.” Colinda: “Hier vliegen miljoenen trekvogels laag over, straks tegen die wieken. We zijn niet voor niets UNESCO Werelderfgoed!”


Jullie energiegebruik thuis?

“We hebben zonnepanelen, een zonneboiler, spoelen het toilet door met regenwater.” En niet te vergeten de houtkachel, die brandt op zelf gesnoeid hout. “We vliegen niet, hebben een heel klein autootje en doen samen met één telefoon. We proberen consumeren op een laag pitje te houden. Dat levert meer milieurendement op dan veel andere maatregelen. Onze trekkers lopen op honderd procent HVO, brandstof van afval en bioafval. Er komt geen fossiele brandstof aan te pas.”


Wat hebben jullie voor bedrijf?

“Groen terreinonderhoud. Met liefde voor de natuur, dat vinden we heel belangrijk.” Hans praat bevlogen over zijn werk. Hij kent de natuur als zijn broekzak en legt uit hoe je noordse woelmuizen, de sabelsprinkhaan, orchideeën en andere natuur beschermt en stimuleert door verstandig beheer. “Wij denken eerst aan de natuur, dan aan de klant en dan aan onszelf. Daarom zijn we nog niet rijk.”

Ze werken kleinschalig. “Maaiwerk doen we met een balkmaaier en een eenasser (trekker op twee wielen). Dat belast het land niet meer dan dat je er zelf overheen loopt. Insecten, muizen en amfibieën krijgen de tijd om weg te komen. Je spaart er heel veel mee, vooral insecten.”

Vorige week vernieuwden ze het kijkpunt bij camping De Robbenjager. “Dat hebben we in 2001 ook gedaan. Toen stond er koude oostenwind. Nu weer. Er is in twintig jaar weinig veranderd”, grijnst Hans.

Ook doen ze caravanvervoer. “Vanuit de stalling brengen we die voor klanten heen en weer.” Ze doen alles samen. “Colinda meer binnen, ik buiten, maar veel samen. Werk en privé lopen naadloos in elkaar over.” Zij: “Wij hoeven nooit samen af te spreken voor een date.”


Hoe ervaar je het werken zelf?

“Werken in de natuur geeft veel voldoening. Maar alles wordt grootschaliger. Grote machines die snel draaien en rijden slaan alles kapot en berijden het hele veld, waardoor de bodem verdicht wordt. De kwetsbare begroeiing verdwijnt en grassen en russen (grasachtige planten) krijgen de overhand. Het wordt dan veld met weinig biodiversiteit."

Hij voelt frustratie. “Overheden willen wel en stellen veel geld beschikbaar, maar begrijpen niet dat jonge grutto’s geen euro’s lusten, maar insecten. Pas het maaibeleid aan, maai grotere stukken anders.”

Wat moet altijd zo blijven?

“De rust. De ruimte. De natuur. Een Waddeneiland omringd door zee. Geen hoge masten, windmolens of dat idiote kunstwerk De Hand. Dan raken we de authentieke sfeer kwijt.” Colinda: “De donkerte hier. Dat je het noorderlicht kunt zien.”


Wat moet wel veranderen?

Hans: “De instelling van mensen. Alles moet steeds meer en groter. Dat is niet automatisch goed. Pas op de plaats. Anders ben je straks geen Waddeneiland meer.”

Wie verdient een pluim?

“Stichting Texel Plasticvrij. Wat zij doen is zo leuk en eenvoudig: rotzooi moet van het strand.” Ze helpen zelf mee met het legen van jutkooien. “Als wij dat niet opruimen, blijft het liggen.” Frustratie is er ook. “Hondenpoepzakjes. Eén keer hebben we 42,3 kilo verzameld. Biologisch afbreekbaar? Mooi niet. Er lag eens zo’n zakje in de slootkant. Na drie maaibeurten lag het er nog.” Soms vinden ze bijzondere dingen. Colinda: “Vorig jaar nog twee kilo cocaïne.”

Wie is je opvolger in ‘Eiland van…’?

“Jeroen van de Werff van Staatsbosbeheer, de boa. Weinig mensen kennen hem, maar hij is hier neergestreken en meteen een echte Texelaar. Met een groentetuintje. Hij zit ook bij de KNRM. Een SBB-man die echt voor de natuur is.”

Hans leunt achterover. Authentiek, eigenzinnig, Durper in hart en nieren, die het liefst buiten vertoeft. "Eerst de natuur,” zegt hij nog eens. "De rest komt daarna.”