Afbeelding
Foto: Aangeleverd

De Overkant


Een feuilleton door Wim Drijver


21. Klein


Mijn lengte begon wel een issue te worden. In ieder geval voor mijzelf. Waar vrijwel iedereen vanaf de brugklas de lucht in schoot, bleef ik klein en dat maakte mij gaandeweg meer onzeker. Het gaf een machteloos gevoel dat juist ik, net zoals mijn moeder in haar jeugd, pas zo laat in de puberteit kwam. Maar wat doe je eraan? 

Ondanks mijn geringe postuur wist ik mij goed te handhaven. Verbaal sterk, slim en sportief, meer technisch dan qua kracht, waren eigenschappen die daarbij enorm hielpen. Van nature was ik niet bang en mijn positie in de klas of waar dan ook was niet onderdanig maar eerder dominant. Maar niet in een fysieke confrontatie met een homo primitivicus met losse handjes. 

Er was een periode, ik denk in de derde klas vwo, dat ik getreiterd werd door een hork van de mavo. Hij was een kop groter dan ik en vond het leuk om mij te sarren en te bedreigen. Ook werd er geduwd en gestompt. De klassieke school bully. Vaak sloeg hij toe als de zoemer gegaan was en wij met veel leerlingen tegelijk door de nauwe voordeur van ons houten schoolgebouw naar binnen drongen. Opeens stond hij dan naast me, met een grijns op zijn lelijke smoel. “Hé Wimpie Drijver, ga’s aon de kant!” En voordat ik kon reageren had ik de eerste stomp tegen mijn schouder(tje) te pakken. Heel vernederend. Nog wat geduw en getrek en dat was het dan weer. 

De rest van de dag was ik dan wel wat van slag. Ik voelde aan alles dat hij sterker was dan ik en dat werkte verlammend. Ik kreeg er letterlijk slappe benen van. Maar op een gegeven dag kwam mijn broer, juist op het moment dat ik weer te grazen zou worden genomen, naar voren. Ik had hem thuis verteld wat ik te verduren had. Hij was iets kleiner, maar wel ouder dan mijn belager. “Wegwezen, Star!” zei hij rustig met zijn hoofd op tien centimeter afstand van de verschrikte tronie. 

De status die door Peter op school was opgebouwd, in combinatie met zijn houding en het gemaakte oogcontact, was dermate dwingend dat afdruipen voor Pummelmans de enige optie was. Net als bij vele soorten in het dierenrijk zonder vechten, maar op basis van instinct voelen en erkennen dat de ander je de baas is en het hazenpad kiezen. Ten overstaan van een volle tribune met leerlingen op dat bordes bij de ingang de ultieme vernedering. Ik was opgelucht maar tegelijkertijd beschaamd dat ik mijn eigen boontjes in dit geval niet zelf kon doppen. Met gebogen hoofd schuifelde ik verder de school in. Er werd daarna niet meer gepest trouwens.


Grenzeloos in hart en hoofd maar
Opgesloten in een haperend lichaam

Zo graag gretig willen groeien
Lammetje dat smeekt om melk

Proberen hoe te zijn en wie
Ben ik dan wel of toch niet echt

Want aan later als ik groot ben
Heb ik niets, het gaat om nu


(On)machtig ambitieus mensje
Luchtbellen in het water


Een geplakte band die leegloopt
Ontluikend ego onder vijandelijk vuur