
"Toen pas zag ik mijn vader"
Tachtig jaar geleden is het nu, aan het einde van januari. Een gelegenheidslied op vergeeld papier herinnert er nog aan. En het verhaal van Alice Nederkoorn-Cupido, die er lezingen over geeft: het moment dat vader en zeeman Cees Cupido terugkeerde op Texel.
Het is geen 'grote geschiedenis', ook niet een moment dat veel ándere eilanders dan de naasten van Cees Cupido zich zullen herinneren, maar het staat wel in een groter verband. Dat ene moment hoort bij het verhaal van de oorlog, de weerslag van wat er toen gebeurde op een jong gezin.
"We woonden in de Wilhelminalaan toen", vertelt Alice Nederkoorn-Cupido, thuis in Haarlem, waar ze nu woont. Een feitje dat ze even later nuanceert: in de oorlog mocht die laan helemaal niet zo heten, de Duitsers maakten er Willem de Zwijgerlaan van. Het typeert haar oog voor detail. Ze is 86, maar verhaalt met grote scherpte, in duidelijke bewoordingen. Zo kan ze deze geschiedenis doorgeven aan de volgende generatie, aan wie het maar weten wil.
Dat vertellen, dat is misschien genetisch, al zal ze dat als kind niet hebben vermoed. "Mijn vader kende ik eigenlijk niet zo goed. Hij werkte voor de KNSM, hij was op zee. Pas veel later heb ik hem echt leren kennen door al zijn dagboeken, zijn brieven... Álles schreef hij op. Hoeveel kakkerlakken er in de soep dreven? Hij hield het bij."
Die aantekeningen bewaarde Cees Cupido in een tas. Pas na zijn overlijden werd die tas door de kinderen geopend en bekeken. Inmiddels is de inhoud veilig opgeborgen in de archieven van het Maritiem Museum Rotterdam.
De geschiedenis van de Texelse familie Cupido begint op Terschelling. Daar komen de grootouders van Alice vandaan, Jan en Vrouwtje. Ook Jan Cupido voer, zoals zovele eilanders, maar toen hij de overstap naar de landbouw wilde maken, was duidelijk dat Terschelling niet de voor de hand liggende plek was. "In wezen is dat eiland een zandplaat, er is bijna geen landbouwgrond. Dat was op Texel anders. Zo kwamen ze in Den Hoorn terecht", weet Alice. "Mijn vader is nog op Terschelling geboren, maar verhuisde mee." Cees Cupido zou later trouwen met Anna Lap. Na een korte periode in Amsterdam verhuisde Cupido zijn gezin naar Den Burg naar aanleiding van de mobilisatie in 1939.
Maar voor dát verhaal komt nog dat van haar vaders schoolcarrière. Zelfs die geschiedenis bleek uitgebreid gedocumenteerd, met getuigschriften en sierlijke handtekeningen van meer dan een eeuw geleden. Zijn talent voor rekenen werd al vroeg opgemerkt en dus mocht hij, op kosten van de gemeenschap, verder leren. Uiteindelijk leidde die schoolcarrière naar de Zeevaartschool. "Op zijn zestiende ging hij solliciteren in Amsterdam. Daar schrijft hij ook over. Met de trein daarheen, en dan die grote gebouwen..."
Ik vond het vreselijk om van Texel weg te gaan. Huilen!
In 1926 begint Cees Cupido met varen, al meteen bij de KNSM. Hij komt onder meer door het Panamakanaal heen en heeft daar oog voor de overweldigende tropische natuur, zoals hij voor bijna álles oog had, getuige zijn dagboeken en brieven. "Als kind dacht ik wel eens, hij zit op zee, hij is niet zo met ons bezig, maar uit de brieven blijkt dat hij heel betrokken was en precies wilde weten hoe het met zijn kinderen ging."
Zijn gezin zat in de oorlogsjaren op Texel, waar het tot 1945 relatief rustig bleef, maar zelf zat Cupido in het oog van de storm. In 1942, ze voeren met de Strabo in de buurt van Suriname, loste een Duitse onderzeeër een waarschuwingsschot. De kapitein van de U-Boot bleek notabene een bekende, maar ja, Befehl ist Befehl en oorlog is oorlog: hij moet de Strabo torpederen. De bemanning mocht van boord. "Vergeet je sextant niet."
Zo dobberden Cees Cupido en de anderen in een reddingsloep in de oceaan. Een vliegtuig beloofde hulp, een briefje dat werd neergelaten is bewaard. Maar uiteindelijk duurde het nog dagen en daarna is het nog jaren onmogelijk om domweg een keer naar huis, naar het gezin te gaan.
Dat moment kwam pas in 1946. Die ene dag, dat moest 29 januari zijn, weet Alice uit de archieven. Toen kwam hij aan in Rotterdam en die datum staat ook op het lied, voor de thuiskomst geschreven - op wijze van 'Zie ginds komt de stoomboot'. Maar hij haalde op die 29e de veerboot niet. Pas op de 30e stond hij er dus echt, in de Wilhelminalaan. "Toen pas zag ik mijn vader, voor het eerst in mijn leven", verhaalt Alice.
Ze zal er zeker bij stilstaan, volgende week. Dan zijn de gedachten van de Haarlemse weer even op Texel, het eiland dat ze uiteindelijk niet lang na de hereniging verliet. "Mijn vader bleef bij de KNSM werken en het was makkelijker om in de buurt van de haven te wonen. Maar ik vond het vreselijk om van Texel weg te gaan, dat weet ik nog. Huilen! We zijn er ook blijven terugkomen. We zijn verbonden met die plek, altijd."