
"Voor de kachel als weelderige dame"
De houtkachel in Maria’s Hoeve in De Westen verspreidt een behaaglijke warmte. Normaal steekt Jan Vonk die aan het eind van de middag pas aan, maar nu de krant 's morgens op de koffie is, brandt hij al vroeg op de dag.
Jan woont in het voorhuis van de authentieke stolpboerderij, gebouwd in ‘zeventienzoveel’, de stolp zelf wordt bewoond door dochter Liane, schoonzoon Allard en hun gezin. “Ook zij hebben een houtkachel.” Jan zorgt voor het hout, Allard heeft twee rechterhanden en doet allerlei restauratieklussen aan de stolp.
Belgisch fabricaat
Jan, wijzend naar zijn kachel: “Belgisch fabricaat.” Een fraai stukje vakmanschap, met bovenop een dikke gietijzeren plaat. “Die warmt langzaam op en gloeit ’s nachts nog een tijd na. ’s Morgens is het in huis nog behaaglijk en hoef ik de centrale verwarming niet aan te zetten. De deur naar de keuken blijft open, zodat ook die lekker warm blijft.” Een door warmte aangedreven molentje op de kachel zorgt dat de warmte wordt verspreid.
Op de schoorsteen zit een thermometer, het wijzertje gaat richting de 150 graden. “Da's mooi. Je moet niet beneden de 150 komen, dan krijg je creosootvorming.” De schoorsteen houdt een verdieping hoger ook z’n slaapkamer warm.
Duveltje
De hitte regelt hij met de luchttoevoer, het rooster beweegt hij met behulp van een speciale pook. “Weet je wat nou zo bijzonder is aan die Belgen?” Hij toont het andere eind van de kachelpook, onmiskenbaar een flessenopener. “Daar krijg je wel een Duveltje mee open.”
De schoorsteenveger is net geweest, die getuige de foto met een ladder op de nok van de rietgedekte stolp is geklommen. De schoorsteenveger gaf de houtstokers een compliment. “Mooi schoon!”
Blokkie hout wel een keer of twaalf door je handen
Intussen is Piet Wim Roeper - van hoeve Ora et Labora aan de Zaandammerdijk - aangeschoven aan de keukentafel. Jan en Piet zijn al heel lang bevriend en delen hun passie voor houtstoken. Ze delen nog meer. Zoals hun lidmaatschap van ‘cultureel reisgenootschap De Fluyt en De Bock’, een vriendengroep die allerlei uitstapjes onderneemt, waarbij de opgedane kennis en ervaring wordt gedeeld onder het genot van een goed glas bier. Ze gaan ook samen op skivakantie, zoals straks in maart.
En ze helpen elkaar bij het kappen, zagen, kloven, sjouwen en andere werkzaamheden voor het verzamelen van brandhout. Jan: “We zijn er in de winter dágen mee bezig. Gezellig met elkaar en na afloop een Juttertje. Toen er na een dikke storm vorige winter bij Piet Wim een boom over de inrit lag, moest Vonk natuurlijk opdraven om het erf vrij te maken.”
Piet Wim: “Een grote es, ik had nooit verwacht dat ie om zou gaan. Maar de stam was in de midden gewoon hol. Achteraf zijn we er nog goed afgekomen.”
Jan wijzend op de dikte van de stam: “Ik heb zó’n kettingzaag, daar sta je wel even aan vast.” Piet Wim: “Ik heb nu voor nog wel vijf jaar hout staan. Tegen die tijd ben ik tachtig, dus ik denk dat ik voorlopig wel genoeg heb.”
Houtstapel
Ook Jan beschikt over een indrukwekkende houtstapel. Hij toont een foto van een enorme berg stammen. Van eigen erf en ze hebben zo hun adresjes. "Mensen weten ons te vinden. Deze hoop is zo’n 25 kuub. De helft daarvan stoken we in een jaar op.”
Over houtstokers wordt gezegd dat ze door het vele werk al meerdere keren warmte hebben gehad, alvorens het hout in de kachel z’n warmte afgeeft. Jan rekent voor: “Weet je dat zo’n blokkie hout wel een keer of twaalf door je handen gaat. Het begint met het omzagen van de boom, dan de stam in schijven…”
"En dan in het karretje…" Piet Wim grijnst. Jan: “Piet Wim kan goed tillen. Weer uit het karretje, kloven, op de hoop… et cetera et cetera”.
Waarom al die drukte, als je met één telefoontje…? Jan: “Kant en klaar thuisbezorgd ja. Het kan, maar daar is geen aardigheid aan."
En dan het moment dat het hout de kachel in kan. “Stelregel is twee jaar drogen door de wind, maar na een jaar brandt het ook goed, maar zeker niet korter. Ovengedroogd hout is ook prima.”
Zoals een schapenboer de drachtige dieren aan de hand van de kleur op het achterwerk, aangebracht door de ram, tijdens de lammerij naar de stal haalt, zo hanteert Jan een systeem om het gedroogde hout in de volgorde van droogtijd op te branden.
Welk hout stoken ze het liefst? Piet Wim, goed voor een kuub of vijf stookhout per jaar: “Eiken, iep of essen.” Jan: “In windsingels staat veel essenhout. Ook abeel, maar dat brandt snel weg, net als populier.”
Jan: "Houtstoken geeft mij niet alleen veel voldoening, maar scheelt ook aanzienlijk in de stookkosten. Bij zo'n oude stolpboerderij als deze zou de gasrekening anders flink in de papieren lopen." Piet Wim kan het beamen. Hij en echtgenote Maartje zijn inmiddels aan hun derde houtkachel en hebben een schoorsteen van steen, waarin je op zolder zelfs kunt staan. "Vroeger werden daar hammen in gerookt."
Zo enthousiast als Jan en Piet Wim over hun houtkachel zijn, klinken de laatste tijd in den lande ook andere geluiden. Jan: “Dat mensen last kunnen ondervinden van fijnstof, dat begrijp ik. Door met verstand te stoken, kan overlast en belasting tot een minimum worden beperkt."
Zijn advies: "Begin met een goeie kachel, met een zo volledig mogelijke verbranding. Gebruik alleen voldoende gedroogd hout. Knijp de kachel niet teveel, niet smoren, dat zorgt voor onvolledige verbranding, extreme roet- en creosootvorming en gevaar voor schoorsteenbrand. Stook binnen de bebouwde kom niet bij mistig en windstil weer…"
Bijbel voor houtstokers
Voor wie er meer over wil weten: op de keukentafel ligt het boek 'De man & het hout', vol verhalen en tips over het stoken van hout. Jan, met zijn hand eervol op het boek: "De Bijbel voor houtstokers."
Jan, ten slotte: "Als je de hele cyclus van kappen, zagen, kloven, stapelen, drogen, enzovoort zelf wilt doen en je hebt een hekel aan werken: begin er dan niet aan. Zie je daar niet tegenop, dan geeft die houtkap en houtstook je enorm veel voldoening. Als ik ’s avonds de kachel aansteek, dan zit ik er op knietjes voor, alsof het een weelderige dame is.”
Gerard Timmerman