Afbeelding
Foto: Aangeleverd

De overkant


Een feuilleton door Wim Drijver

20.          Gym

Naast het voetbal heb ik tot mijn dertiende in Den Burg op gymnastiek gezeten. Dat betekende samen met Peter aan het eind van de vrije woensdagmiddag vanaf 't Horntje met de bus naar de Jac. P. Thijsseschool om daar van 18:00 tot 19:00 uur te trainen. 

Gymnastiek was eigenlijk het enige terrein waarop ik Peter achter mij kon laten. Dit is een feitelijke constatering, want er is nooit strijd tussen ons geweest. Ik weet nog hoe groot mijn verbazing was toen ik de eerste keer bij de onderlinge wedstrijden in de Burgemeester de Koninghal in de leeftijdscategorie acht tot negen jaar tot winnaar werd uitgeroepen. Ik deed gewoon de voorgeschreven oefeningen en had geen benul of het enige kwaliteit had. 

Na de lessen aan de Keesomlaan staken we over naar het huis van de bevriende familie Krijnen-Bays. Er was tijd over, want we konden pas rond 19:45 uur met de bus vanaf de Elemert terug. En we gingen graag naar tante Tine, want die ontving ons altijd hartelijk en trakteerde op een witte(!) boterham met een glas rivella(!). Dat was weer eens wat anders dan die bruine bam met kaas en melk. Ook deed ze de televisie aan, zodat we samen met Martine en Kees Jan naar 'Schateiland' konden kijken. Het bezoekje was altijd kort maar krachtig, want om 19:40 uur, jammerlijk genoeg vlak voor het einde van de bloedspannende aflevering, moesten we gaan om de bus te halen. 

"Groetjes aan je vader en moeder!” 

De buschauffeur was meestal zo vriendelijk om vlak voor de veerhaven aan de Pontweg bij het houten huisje van Souwtje de Wijn even te stoppen, zodat we nog maar een paar honderd meter naar huis hoefden te lopen.

Toen we elf en twaalf jaar oud waren, werden we door Ger Praamstra uitgenodigd toe te treden tot de kerngroep turnen. Dat betekende 'extra training' op zondagochtend van 9:00 tot 12:15 uur in de minisporthal aan de Beatrixlaan. Ook daar gingen we met de bus naar toe. Ik denk in overleg met GVT met die van 9:00 uur, zodat we standaard een kwartier te laat kwamen. 

In de zaal werkten verschillende groepjes onder leiding van Praamstra en een aantal oudere leerling-gymnasten. Het niveau was hoog, want naast voetbal en gymnastiek was er op sportgebied weinig te doen op het eiland. Je zat als jongen op voetbal of gymnastiek of, zoals ik, op allebei. Kees Duin (RIP), Bart Witte, Jan Rijk en Mariska Coutinho waren in de kerngroep de wat oudere rolmodellen waar je tegenop keek. Zelf was ik klein en lenig, maar liep ik zo langzamerhand tegen een krachtprobleempje aan. Een uitstekende voedingsbodem om je verbaal te ontwikkelen en je op die manier te handhaven, maar minder praktisch aan de ringen en de rekstok. 

Mede daarom koos ik op mijn dertiende voor het voetbal in Den Helder, hoewel ook daar mijn groeiachterstand de grootste tegenstander werd. Al met al was de agenda dus goed gevuld. Naast school op de woensdagavond gymnastiek en zondagochtend turnen, op de dinsdag- en/of donderdagavond voetbaltraining en op de zaterdag een voetbalwedstrijd. Verder werkte ik aan mijn militaire verzameling, verzorgde de huisdieren waaronder Hufter de Hamster, zat met tegenzin een tijdje op blokfluitles en ging zo veel mogelijk mee op jacht. En als er dan bij daglicht nog beschikbare vrije uren waren, rende ik wel ergens enthousiast achter een bal aan. 

Een prima jongensleven.