Afbeelding
Foto: Aangeleverd

De overkant


Een feuilleton door Wim Drijver

19. Lastpost

Op het schoolplein werd regelmatig gevochten en ik was daar meer dan gemiddeld vaak bij betrokken. “Ik heb nooit een grotere intrigant dan jij in de klas gehad”, zei mijn vader jaren later eens tegen mij. Meester Drijver stond in het dorp goed bekend. Sportief, beschaafd en consciëntieus. Een opvallende verschijning. Zijn haar was bijzonder. Zoals je maar af en toe in een weiland of schuur een schaap met zwarte wol zag, is een witte waddeneilander met donker kroeshaar ook een zeldzaamheid. Kortgeknipt, als een afro die door regelmatig snoeiwerk niet tot bloei mag komen, gaf het hem een présence die lastig te negeren viel. Als zoon van de gemeenschap liep hij geregeld op eieren, want de sociale controle was groot. Aan de ene kant moest hij in zijn functie van onderwijzer een bepaald gezag uitstralen, maar daarnaast was het ook zaak niet naast de schoenen te lopen. Dit laatste heeft hij nooit gedaan, het zat volstrekt niet in zijn aard, hoewel ik mij later ook wel eens afvroeg of zijn aard hierdoor juist was gevormd. Want hij had wel degelijk een zekere geldingsdrang en dat is logisch als je voelt dat je wat in je mars hebt.

Als onderwijzer was hij op een veilige manier modern, niet autoritair en echt betrokken bij zijn leerlingen. Er was relatief veel aandacht voor tekenen, gymnastiek en de natuur. Na de kweekschool in Den Helder had hij nog een aantal jaren biologie gestudeerd. Bij mooi weer gingen we er op uit en deelde hij, net zoals hij dat persoonlijk met mij deed, zijn kennis over planten, vogels en dieren enthousiast met de klas. Een ervaringsdeskundige pur sang, op zijn beurt in het dagelijks leven van zijn jeugd weer opgeleid door mijn Opa en Ouwe Opa. Mijn broer en ik werden op school niet voorgetrokken, integendeel. “Wot zelle de mensûh déér wel niet fon sèègge?” werd om je heen vaak als waarschuwing gebruikt om iets plat te slaan en vooral niet te doen, waarbij het maaiveld de norm was. Om de indruk te vermijden dat zijn zoontjes voorrang hadden, behandelde mijn vader ons van de weeromstuit strenger dan de andere kinderen. Als mijn rivaal en ik in de klas de hand opstaken na een moeilijke vraag was ik meestal niet de eerste die het goede antwoord mocht geven. En ook in het gymlokaal moest ik mijn talent (bij GVT onder leiding van Ger Praamstra leerde ik veel en werd ik meerdere malen eerste in mijn leeftijdsklasse, vóór Peter die tweede werd) onderdrukken en mij als zeven gedragen. “Een mooie salto maken op de lange mat, mag dat? Nee, doe maar net als de anderen de koprol!” Maar als zoontje van de meester viel ik op en mijn provocerende karaktereigenschappen vormden de multiplier. Het was dan ook goed dat ik op mijn dertiende naar de RSG in Den Burg moest.



Op de fiets naar school was het nog Papa
In de klas klonk Meester heel gewoon

Het heeft bij mij nooit echt gewrongen
Onderwijzende vader, lerende zoon

Vriendelijk maar ook veeleisend
Goed is genoeg maar kan nog beter

“Haal eruit wat er in zit” het advies
Aan iedereen, lees Peter en Wim

Blijf streven, proberen en leren
Niet geschoten is altijd mis

Wees volhardend in je doelen
Accepteer als de uitkomst anders is