Afbeelding
Foto: Marcel Plaatsman

Randverschijnselen

Langs de gracht


Het was de grote schrijver Nescio die het opmerkte, of eigenlijk laat hij het zijn 'Dichtertje' voor hem optekenen: de mooiste meisjes lopen altijd aan de andere kant van de gracht. Iets vergelijkbaars weet de schrijver in een later verhaal ook te vertellen, misschien uit eigen ervaring, misschien nog voortbordurend op dat zinnetje over de gracht: dat hij in een trein zit en door het venster een andere trein ziet, met daarin een meisje waar hij wel naar verlangen kan, maar dat blijft natuurlijk bij alleen die ene blik.

Er is iets heel veiligs aan zulk verlangen: het zal nooit werkelijker worden dan dat verlangen alléén, het blijft bij een gedachte, een fantasie. Ik denk dat mensen juist voor zo'n vorm van verlangen wel vatbaar zijn. Er hoeven geen woorden te worden gewisseld, er komt niks van, en dat is eigenlijk ook wel zo aangenaam.

Een beetje vergelijkbaar, tenminste dat denk ik, is het verlangen dat veel mensen aan de overkant naar Texel hebben. Dat verlangen zetten ze wel om in bezoekjes aan het eiland, bij voorkeur bij mooi weer en als de dagen lang zijn, maar tot een echt gesprek, een ontmoeting voorbij het oppervlakkige, lijkt het in veel gevallen niet te komen. Het overkomt me regelmatig dat ik die mensen wél ontmoet, maar dan in Alkmaar, of in Amsterdam desnoods. "Och, Texel, dat is zó fijn, wij koesteren een bánd met het eiland", benadrukken ze dan. Zo'n gesprek kan dan alle kanten op, maar meestal gaat het in de richting van de duinen en het strand. Als het even voegt, gooi ik er dan nog een anekdote in en dan komen we vanzelf bij het moment van de waarheid: "Die ken je misschien wel." 

Het is op Texel zelf natuurlijk van het allergrootste belang: mensen kennen. Texelaars kennen Texelaars en ze laten elkaar ook heel graag weten dat ze elkaar kennen, valt mij op. Dan noem ik iemand bij zijn achternaam en dan reageren zij: ja, die - en dan met de voornaam. Even dat vertrouwde benadrukken. Zo viel het mij ook op, toen ik hier net kwam werken, dat mensen graag mét naam groeten. Ze zien me fietsen en reageren: "Hee, Marcel", en dat met een snelheid die ik mij nu een jaar later nog altijd niet eigen heb gemaakt.

Als ik zit te praten met iemand zo idolaat van Texel, zo vol verlangen naar het eiland aan de andere kant van het Marsdiep, dan gaat het vaak juist op dit punt mis. Ze blijken dan helemaal niemand op het eiland te kennen. Al hun bezoeken zijn vluchtig geweest, geschuifel langs de buitenkant. Net als dat meisje in die andere trein dus: een veilig verlangen, maar nooit een gesprek.

Nou ben ik zelf natuurlijk ook een overkanter met een verlangen naar Texel, een verlangen dat al heel oud is. Maar goed, ik heb zo ploeterende heen ook wel wat mensen leren kennen op het eiland en ik heb natuurlijk die familieachtergrond. Het is toch net even anders en daar kan ik me dan op voorstaan, tegenover mijn gesprekspartner in Alkmaar of Amsterdam of nog ergens anders: dat ik de gracht wél over ben gestoken.

Toch blijft die ene kant van de gracht, waarop ik al stond, míjn kant van de gracht, stel ik intussen vast. Altijd weer de overkant, altijd nog een overkanter. Want daar heb ik een huis en een gezin en een vriendenkring en nog de oude sporen van een carrière, voor wat dat waard is. Dit jaar stak ik het water over en hoopte ik dat allemaal mee te nemen. Vooral dat gezin, uiteraard, en dat gevoel van zekerheid. Het moet geen avontuur blijven immers, uiteindelijk moesten we hier, aan de mooiste kant van de gracht, komen te wonen. Dat lukt alleen niet.

Het verlangen blijft. Het wordt weer zijn oude zelf: het veilige verlangen naar een fantasie. Ik wandel verder aan míjn kant van de gracht. Maar in mijn hoofd gaan de gesprekken verder... Tot een andere brug mijn pad nog eens kruist.


Marcel