Afbeelding

Achter de schermen

Zwembadincident


Als eilandjournalist spoedde ik me naar menig verkeers- en ander ongeval en zette vaak de ambulance op de foto. Ook wel eens met de gedachte niet te hopen daar ooit zelf in te komen liggen. Maar vorige week was het toch zover.


Dat kwam door het zwembadincident. Niet dat van 1974, waarbij voetballers van Oranje tijdens het WK met naakte vrouwen in het zwembad werden betrapt, een affaire die ons zo goed als zeker de wereldbeker heeft gekost.


Míjn zwembadincident verliep anders. Tijdens een gezellig familie-uitje naar het zwembad van De Krim wees mijn (bonus)kleinzoon naar boven.


“Opa, gaan we van de glijbaan?" "Tuurlijk." Dus gezellig samen de trappen omhoog en daarna de slurf in over de waterglijbaan naar beneden, het mannetje van bijna vier veilig voor me. Om hem goed vast te houden zat ik vrij rechtop, maar kreeg in die lange buis daardoor niet veel vaart. Ik voelde nattigheid toen we werden ingehaald door een jongetje, dat via de buitenbocht rakelings langs me schoot. In tegenstelling tot zijn vader, die even later volgde. Pa, een stevig gebouwde man, had mij niet gezien en ramde me in volle vaart, zeker niet met opzet, met gestrekt been in m’n rug.


Beneden voelde ik een groot en pijnlijk ei op m’n rug. Ik strompelde naar de EHBO en vroeg om ijs tegen de zwelling. Dat kreeg ik van een zeer behulpzame medewerker, die voor de zekerheid mijn huisarts belde. Die vertrouwde het niet. Maar ik mocht niet zelf in de auto naar de praktijk, de ambulance moest gebeld. Die was er snel. Ook de verpleegkundige vertrouwde het niet. Als er iets was gebroken, dan kon dat van binnen ernstige gevolgen hebben. “Er moeten foto’s worden gemaakt, we brengen je naar het ziekenhuis.”


Zo raakte ik met zwaailicht en sirene met hoge snelheid in de ambulance over het eiland. Onderwijl sprak de verpleger, afkomstig uit Schagen, geruststellende woorden en voorzag mij van pijnstillers. De chauffeur verstaat zijn vak, de boot van drie uur kon nog net worden gehaald. In het ziekenhuis bleek uit de röntgenfoto’s gelukkig dat er niets was gebroken, maar ik had wel de nodige kneuzingen opgelopen. Pijnlijk, maar geen reden om me in het ziekenhuis te houden, waar het op de eerste hulp trouwens best druk was. En het was nog niet eens Nieuwjaarsnacht. 


Met het advies op zak om voorlopig rustig aan te doen, op z'n tijd een pijnstillertje te nemen en voorzichtig te zijn, namen we afscheid.


Als ‘ervaringsdeskundige’ kan ik niet anders zeggen dan dat de hulpverlening, van de EHBO op De Krim en de huisarts tot en met de ambulancemedewerkers en de verpleegkundigen en artsen in Noordwest Ziekenhuis in Den Helder, tiptop is geregeld. Geruststellend om dat te weten.


Toen ik de eerste hulp verliet, zag ik drie dorpsgenoten op een bankje zitten: Tom Witte, Martijn Drijver en Dennis Daalder. “Wat doen jullie hier?” “Nee, wat doe jij hier?” Bij hun fietsmaat Niels Jeroen Bos was tijdens een gravelrit op de Veluwe z’n pink uit de kom geschoten. Ook weer recht gezet.


Als Texelaars onder elkaar daarna weer gezellig samen terug met de boot, waar de verhalen allengs sterker werden.


Gerard