
Randverschijnselen
Grammofoonplaat
Het was vrij modern in de tijd dat mijn opa als machinist bij de koopvaardij voer. Tijdens de reis kon hij zo nu dan een grammofoonplaatje inspreken, dat vervolgens ergens in een havenplaats op de post werd gedaan. Dan konden mijn oma en mijn moeder zijn stem horen zodra de grammofoonplaat bij hen thuis was afgeleverd. Het was uiteraard allemaal geen topkwaliteit, maar het was al heel wat om even zijn stem te horen als hij maanden, soms zelfs een jaar, van huis was. In zijn laatste jaren op de vaart, eind jaren zeventig, kon je ook bellen. Het staat me goed bij dat je duidelijk ‘over’ in de hoorn moest roepen als je wat gezegd had, zodat ergens bij een centrale in ‘weet-ik-wat-waar’ een hendel overgezet kon worden. Telefoonverkeer met het schip was eenrichtingsverkeer, maar je kon hem letterlijk aan de lijn krijgen.
Zaken als Facebook, Twitter of Whatsapp bestonden in die tijd alleen nog in de hoofden van schrijvers met vooruitziende vormen van fantasie, op de wal ging de meeste communicatie gewoon via de telefoon en de post. Al had mijn andere opa vanuit zijn werk in de aannemerij wel al heel vroeg een autotelefoon. Dat vond ik als kind ook fascinerend. En van een oom in de scheepvaart staat me nog altijd bij hoe hij eind jaren tachtig tijdens een vaartocht met een soort mobiele telefoon (géén marifoon) met het buitenland aan het bellen was. Die was zijn tijd ook vooruit. Vanuit het oogpunt van de ingesproken grammofoonplaten is het fantastisch hoe je inmiddels al jaren tal van digitale communicatiemiddelen op de computer en de mobiel hebt waarmee je binnen een mum van tijd contact met alles en iedereen waar ook ter wereld kan leggen. De vraag is soms wel: hoe ontwikkelt een nieuwe technologie zich en kun je dat bijsturen?
Als iemand mij twintig jaar geleden – bij het lid worden van Facebook en Twitter – had gezegd ‘je betreedt nu een zone waar mensen elkaar in de toekomst met woorden gaan afmaken’ had ik dat vermoedelijk niet geloofd. Daar waren de ongekende mogelijkheden van Facebook en Twitter destijds te mooi voor. Edoch, als iemand zoiets destijds had gezegd, dan had ik die persoon nu wel gelijk moeten geven. Je moet jezelf soms echt afsluiten om te voorkomen dat rotopmerkingen, gescheld en het getoeter langs de zijlijn niet ongemerkt onder je huid kruipen.
De vraag is op het moment: hoe ga je verder om met de socials? Zeker in de wetenschap dat je met het gebruik ervan ook een paar grote techreuzen aan de andere kant van de oceaan staat te voeden met informatie en kennis. Techreuzen waarvan je niet weet of zij over pakweg twintig jaar een medestander of een tegenstander zijn?
Het antwoord is eigenlijk zo eenvoudig en zo dichtbij dat je het bijna niet meer zou zien, maar je kan ook gewoon rechtstreeks contact met elkaar hebben. Een gesprek van een paar minuten kan al voldoende zijn om misverstanden - die op de socials vrij snel geboren zijn - te voorkomen. En je zou het bijna vergeten, maar de mobiele telefoon heeft ook nog gewoon een gespreksfunctie en dan hoef je niet eens ‘over’ te roepen. Wat reageren op de socials betreft: de tijd die het kost om ergens boos op te reageren, kun je ook gewoon gebruiken om ergens een compliment uit te delen. Dat kan zowel in het echt als op de socials. Dat klinkt zacht, maar aan de tegenpool hardheid is op de socials momenteel niet bepaald een gebrek...
Het lijken me een paar goede voornemens voor 2026. De beste wensen, dat het een mooi, gezond en communicatief goed jaar mag worden!
Jeroen