Logo texelsecourant.nl
Grutto.
Grutto. (Foto: Tim Schipper)
Wat ik zeggen wou

Weidevogels, predatie en ontkenning

  Ingezonden

In de TC van vorige week stond het verslag van een gesprek tussen de Vogelwerkgroep en de Landbouworganisaties, dat vooral over weidevogels ging.  Graag wil ik inhaken op enkele uitspraken in dat verslag, betreffende het faunabeheer en de omgang met predatoren ('rovers'). Om de materie een beetje beter inzichtelijk te maken, volgt hier eerst een stukje geschiedenis.

Vroeger, eigenlijk tot een heel eind in de jaren zestig van de vorige eeuw, was vrijwel overal, ook in de natuurgebieden, de jacht verpacht. Jachtopzichters, en ook de vogelwachters, zorgden ervoor dat minder gewenste soorten, in casu meeuwen, kraaiachtigen,  verwilderde katten, ratten e.d. 'kort' gehouden werden. Ook werden soms roofvogels, clandestien uiteraard, van hun eieren beroofd of zelfs dood geschoten. In de jaren vijftig en zestig ontstonden er steeds meer problemen door het gebruik van landbouwvergif, waardoor niet alleen lepelaars, sterns  en roofvogels, maar ook de meeuwen in aantal afnamen. Daarom werd de reguliere, legale bestrijding van meeuwen stil gelegd, roofvogels werden zelfs als een zeldzaamheid gekoesterd. Daarna zijn er twee dingen gebeurd. Ten eerste werd het gebruik van gif sterk aan banden gelegd, zodat de populaties van de genoemde soorten weer gingen groeien. En ten tweede kregen we in de jaren 60, 70 en 80 te maken met vele veranderingen in de samenleving en de opvattingen van mensen over allerlei zaken. Dat waren jaren waarin autoriteiten en autoritair gedrag allerwege werden aangevallen. En wat is er nou méér autoritair dan ingrijpen in de populaties van bepaalde dieren, door ze af te schieten, van hun eieren te beroven of anderszins om zeep te helpen? In diezelfde jaren zestig en zeventig kwamen er - niet geheel toevallig - biologen naar voren die meenden dat ingrijpen in populaties van dieren niet alleen overbodig, maar zelfs uitgesproken slecht, dom en achterlijk was. In hoeverre de inzichten van die biologen volledig wetenschappelijk, dan wel eveneens ideologisch, onderbouwd waren, laten we maar even in het midden. Feit is in ieder geval dat die opvattingen breed ingang vonden en natuurlijk perfect in de tijdsgeest pasten. Binnen luttele jaren was het gros der biologen en ook van de natuurbeschermers en –beheerders overtuigd van deze denkbeelden, die daarna járen de dominante, politiek-correcte opinie zijn gebleven. Wie in die kringen verkeerde en graag voor vol aangezien wilde worden hield zijn snavel over bepaalde problemen met predatie en huilde mee met de wolven in het bos. Gewoon de realiteit ontkennen dus. Een bekend fenomeen, dat je op allerlei maatschappelijke terreinen kunt tegenkomen.

Intussen namen de meeuwen, de ganzen, de kraaiachtigen en ook de roofvogels en (aan het vasteland) de vossen enorm toe. Op Texel verschenen Buizerd en Havik als nieuwe broedvogels, de aantallen meeuwen en kraaiachtigen explodeerden. Meer predatoren betekent meer predatie, al zijn er dwaallichtjes die dat ontkennen. En de weidevogels namen dan ook navenant af, maar dat laatste was allemaal de schuld van de boeren, zo werd althans decennialang volgehouden door de Vogelbescherming, de Faunabescherming en consorten. Inmiddels is de achteruitgang van weidevogels, óók in 'officiële' natuurgebieden, dermate dramatisch geworden dat die niet meer te ontkennen valt. En, wat meer is, dat eigenlijk geen zinnig mens meer kan volhouden dat predatie van weidevogels, hun eieren en jongen, géén rol zou spelen in die achteruitgang. De laatste jaren is er ook behoorlijk wat onderzoek gedaan in Nederland, en tevens in het buitenland, naar de rol van predatoren in de achteruitgang van de weidevogels. Hoewel de uitkomsten van dat onderzoek niet allemaal éénduidig zijn, is het wel duidelijk dat predatie een sterk negatief effect op sommige soorten kan hebben. Dat wisten oude vogelwachters, zoals mijn oud-collega Jaap Kalis (zie online archief TC  26 maart 1976, met daarin het kadertje "Hartekreet uit de praktijk") natuurlijk al lang, maar voor sommige wetenschappers was dat kennelijk toch een novum. Tot dan toe was het verhaal steeds geweest dat predatie een natuurlijk verschijnsel is, en dat prooidieren en roofdieren elkaar gewoon keurig in evenwicht houden. Dat die vlieger zeker niet altijd opgaat, is intussen onomstotelijk waar gebleken in het geval van de weidevogels.

Maar dat inzicht is bij het bestuur van de VWG Texel nog niet doorgebroken, zoals blijkt uit de twee door Adriaan Dijksen genoemde uitgangspunten van deze club: 1. Het begrip 'teveel' bestaat niet in de natuur. 2. Wij beschermen álle vogels. Tja, met twee zulke betonnen uitgangspunten sla je werkelijk iedere discussie over populatiebeheer meteen zo plat als een dubbeltje. En dat is dan ook wat het bestuur van de VWG al járen aan een stuk doet, ongeacht of het nu om ganzen, meeuwen of andere vogels gaat. Het enige wat ze verkopen is 'njet'.  Dit bestuur verkondigt op het gebied van populatiebeheer bij vogels dezelfde onwerkbare en absurde denkbeelden die de Faunabescherming en haar politieke arm, de Dierenpartij, voor álle dieren verkondigen: niet ingrijpen, lekker laten waaien, dat is namelijk natuur en 'dus' fantastisch. Diverse bestuursleden van de VWG hebben helaas ook banden met de Faunabescherming en denken er net zo over.

Intussen laat de VWG weten dat er "geen schuldigen" zijn in de kwestie rond de weidevogels. Maar 'en passant' geven ze nog wel even de Zwarte Piet aan Staatsbosbeheer, dat teveel aan "florabeheer" en recreatie zou doen. Met 'florabeheer' wordt hier vermoedelijk op het afplaggen, chopperen en beweiden van duinvalleien gedoeld. Maatregelen om een gevarieerde, vochtige duinvalleibegroeiing terug te krijgen. Het is baarlijke nonsens om te beweren dat zulk beheer slecht zou zijn voor weidevogels. Negen van de tien plekken waar zulk beheer is toegepast waren vóór de ingreep sowieso veel te ruig voor weidevogels, en omdat ze kaal gemaakt worden en daarna langzaam begroeid raken met lage vegetatie, zijn ze juist prima geschikt voor kievit, scholekster en in een wat later stadium ook voor grutto en tureluur. En wat betreft de recreatie: de toegangsregels zijn de laatste decennia nauwelijks veranderd en weidevogels hebben in de SBB-gebieden helemaal geen last van wandelaars op de vaste wandelroutes. Eerst zeggen dat er "geen schuldigen" zijn en vervolgens ook nog eens doodleuk de verkeerde als schuldige gaan aanwijzen, het siert het bestuur van de VWG allemaal niet! 

Tenslotte: er zullen nog talloze vergaderingen, met biologen, ecologen, bestuurders van wildbeheerseenheden, vogelwerkgroepen, ambtenaren, terreinbeheerders en de landbouw over de weidevogelproblematiek plaats vinden. En dikke rapporten geschreven worden. Maar zolang het bij praten en schrijven blijft en er niet serieus werk wordt gemaakt van het weren en waar nodig reguleren van de predatoren van weidevogels zal het proces van achteruitgang, dat nu al decennia gaande is, onverbiddelijk door blijven gaan.  Laten de verantwoordelijken straks niet de schuld volledig bij de landbouw neerleggen en hun handen in onschuld gaan wassen, want dat is beneden alle peil. Natúúrlijk heeft de intensivering van de landbouw heel veel schade aan de weidevogels berokkend, maar het lot van de laatste weidevogels - want daar praten we inmiddels over -  ligt nu toch vooral in handen van de natuurbeschermers, terreinbeheerders en overheden. Als die werkelijk in actie komen en de boeren ook hun goede wil tonen - wat velen al doen - dan kan het tij heel misschien nog gekeerd worden. Maar dan moet er wel snel aangepakt worden. En vergeet de les uit het weidevogeldrama (en de ganzenkwestie) niet: zachte heelmeesters maken stinkende wonden!

Kees Bruin, Den Hoorn

reageer als eerste
Meer berichten