Logo texelsecourant.nl
Schets van de zanddijk bij de Prins Hendrikpolder.
Schets van de zanddijk bij de Prins Hendrikpolder.
Wat ik zeggen wou

Moeten we een zandige Prins Hendrikdijk willen?

  Ingezonden

Moet er een zanddijk komen bij de Prins Hendrikpolder? Beter is van niet, schrijven Cor Smit en Kees Dijkema, wetenschappers van het voormalig IMARES op Texel, in onderstaande brief.

In de afgelopen weken kwam in deze krant verschillende malen de zandige oplossing voor de dijkverzwaring van de Prins Hendrikpolder aan de orde. Eén van deze stukken was van de hand van voormalig dijkgraaf Dijt. Hij gaf aan dat een zandige dijk op deze locatie niet thuis hoort en wij zijn het met deze conclusie volmondig eens. Op geen enkel Waddeneiland vind je zandige gebieden aan de waddenzijde, behalve op de dynamische koppen van de eilanden (zoals de Vliehors en de Noordsvaarder) en op de eilandstaarten (zoals de Boschplaat en de Hon). Aan de zuidkant van waddeneilanden (en in het geval van Texel en enkele eilanden in Sleeuwijk Holstein en Denemarken aan de oostkant) worden door aanvoer van slib en zand kwelders gevormd. Aan de wadkant liggen dus kwelders of, wanneer deze zijn ingepolderd, een dijk.

De plannen voor de aanleg van de zandige Prins Hendrikdijk houden in dat er in de Waddenzee een groot zandlichaam wordt opgespoten. Op een locatie waar dat geomorfologisch niet thuis hoort. Dit is een moeilijk woord voor het samenspel van water, wind, golfwerking, stroming en de aan- en afvoer van slib en zand. Het feit dat de geomorfologische processen in de Waddenzee eeuwen lang hun gang hebben kunnen gaan heeft geleid tot een Waddenzee zoals die we die nu kennen: een heel bijzonder gebied van zandige en slikkige platen, geulen en kwelders. Het feit dat deze processen op de meeste plaatsen nog steeds op een natuurlijke manier kunnen plaatsvinden is één van de belangrijkste argumenten geweest om aan de Waddenzee de status Werelderfgoed toe te kennen.

De aanleg van een zandlichaam zal ten koste gaan de natuurlijkheid van het gebied en van het op basis van Europese regelgeving en de Nederlandse natuurbeschermingswet beschreven hier aanwezige habitattype 1110 (Permanent met zeewater van geringe diepte overstroomde zandbanken). Dit verlies kan, volgens dezelfde regelgeving, alleen gecompenseerd worden wanneer er een garantie is dat dit verlies ten minste gecompenseerd kan worden door positieve natuurlijke ontwikkelingen op het zandlichaam en in de lagune die er langs de dijk zou moeten ontstaan. Op basis van de bestaande regelgeving mag er alleen tot een dergelijke ingreep worden overgegaan wanneer de zekerheid bestaat dat dit zal leiden tot een verhoging van de natuurwaarden.

Het is echter maar heel erg de vraag of dat in deze situatie mogelijk is want het staat allerminst vast of de gewenste natuurlijke ontwikkelingen ook werkelijk zullen plaatsvinden. In de eerste plaats omdat er geen goede voorbeelden zijn waaruit we deze hoop mogen putten maar ook omdat de aanleg van het zandlichaam recreatieve activiteiten zal aantrekken waardoor natuurlijke ontwikkelingen, zoals vorming van vegetatie of de vestiging van broedvogels, zal worden geremd of voorkomen. We mogen ervan uitgaan dat het Hoogheemraadschap de nieuwe beheerder zal worden, wat betekent dat het gebied dezelfde status zal krijgen als het strand en de Hors. Dit is geen garantie voor een positieve natuurontwikkeling, ook al omdat handhaving van af te spreken spelregels in de praktijk vaak geen prioriteit is.

Minstens even zorgelijk is het feit dat het maar de vraag is of het opgespoten zandlichaam op de gewenste plaats blijft liggen. In de aangrenzende geul zijn in de afgelopen tientallen jaren met grote regelmaat zinkstukken voorzien van stortsteen op de onderwateroever geplaatst om te voorkomen dat de Texelstroom zich teveel richting dijk beweegt. Maar op topografische kaarten van het gebied is te zien dat in de afgelopen jaren er een voortdurende erosie van het aan de dijk grenzende wad heeft plaatsgevonden. Op topografische kaarten van 30-40 jaren geleden zijn nog stukken bij laag water droogvallend wad te zien, op recente kaarten al helemaal niet meer. In de plannen voor de zandige dijk wordt er dan ook rekening mee gehouden dat er na de aanleg elke 10 jaren 310.000 m3 zand gesuppleerd moet worden om afslag te voorkomen (met een grote onzekerheid naar boven en beneden, zie Planstudie dijkversterking Waddenzeedijk Texel, Witteveen & Bos, 2011).

Hierbij is echter geen rekening gehouden met de negatieve effecten van zeespiegelstijging en wegstuivend zand. Het valt dus erg te betwijfelen of zich op het aan te leggen zandlichaam de wonderschone natuurlijke ontwikkelingen zullen afspelen die ons door de plannenmakers worden voorgespiegeld. Alleen al om die reden zou men niet voor deze zandige oplossing moeten kiezen. Ook de landbouw in de polder zal nadelige effecten van de aanleg van het zandlichaam ondervinden: bij oosten wind zullen grote hoeveelheden zand landinwaarts waaien, wat een verzanding van landbouwgrond zal opleveren. Bovendien zullen sloten door instuivend zand dichtwaaien.

De aanleg van een zandlichaam langs de dijk van de Prins Hendrikpolder past in het huidige denken over natuurbeheer in de Waddenzee. In plaats van te streven naar een zo natuurlijk mogelijke ontwikkeling wordt er in het geval van problemen, en soms ook wanneer er geen problemen zijn, steeds vaker gegrepen naar kunstmatige (door de mens aan te leggen) oplossingen voor natuurverbetering. Er moeten vooral meer vogeleilanden komen of kwelders op plaatsen waar deze van nature niet thuis horen. Laten we ophouden met knutselen in de Waddenzee en in het geval van de Prins Hendrikpolder kiezen voor verstevigen van de bestaande dijk. Dat zal ten koste gaan van een strook aan de dijk grenzende Waddenzee. Maar voor dit verlies kunnen kleinschalige compensatiemaatregelen worden ontwikkeld.

Laten we vooral invulling geven aan de woorden van Waddenzee-nestor Wim Wolff in zijn "Pleidooi voor niets doen als uitgangspunt voor het herstel en beheer van de Waddenzee". Die woorden zijn heel kort samengevat: Niets doen, tenzij….. En voor dat tenzij moeten er heel goede redenen zijn. Geknutsel voor de leuk is geen goede reden.

Kees Dijkema, Oost

Cor Smit, De Waal

Jeroen van Hattum
Journalist Texelse Courant.
Meer berichten