Met Kees Boks was Willem midden jaren '90 betrokken bij de zogeheten Proef- en beleefdagen. "Toen een andere docent - Jan Teernstra - lichamelijke klachten kreeg, kon ik praktijkonderwijs aan de derde klas gaan geven. Ik was toen net veertig en als kok is dat een leeftijd waarop je ook om je heen gaat kijken. Het is een stressvol en fysiek pittig beroep. Gasten komen altijd tegelijk en ondanks dat ze vakantie hebben, hebben ze altijd haast. Ik werkte vanaf mijn 22-ste bij La Casserole. Vanaf 2005 heb ik ook de vierde klas lesgeven."

Dan haalde ik met mijn vingers een sperzieboon uit kokend water

Willem kwam er al snel achter dat goed kunnen koken heel wat anders is dan praktijkonderwijs. "Toen ik begon dacht ik: 'ik ga die leerlingen even laten zien wat koken is', zo werkt het niet. Ik kwam regelmatig in ‘t Proefkonijn en vroeg me dan af waarom we aardappelkroketten uit de diepvries kregen. De docent koken, mijn collega en mentor Jan Teernstra, maakte me al snel duidelijk dat je er in zo'n korte tijd geen koks van kunt maken. Je moet ze plezier geven in koken. Je hebt die leerlingen namelijk wel twee jaar, maar slechts een aantal uur per week. Bij elkaar opgeteld kom je dan uit op een maand of drie. In drie maanden kun je geen volwaardige koks opleiden natuurlijk. Ik heb altijd geprobeerd de interesse te wekken bij de leerlingen voor het vak en dat is gelukt. Je moet de leerlingen meenemen. Zeker toen ik begon, waren het vooral jongens die deze richting kozen, zo'n tachtig procent. Dan haalde ik met mijn vingers een sperzieboon uit kokend water, dat maakte wel indruk."

Werkte Willem in de keuken met een klein team, in de klas met achttien leerlingen. "Dat is wel even wat anders. Zeker wanneer het gaat bij het leren van snijtechnieken of werken met kokend water. Er is bij het afgieten van de aardappels wel eens een pan aardappels in de gootsteen verdwenen", lacht hij.

In de tijd dat 'Consumptief' bestond, zakte er nooit een leerling. “Die prestatie was nooit tot stand gekomen zonder mijn collega’s Ilian de Kleijn - de beste docent die ik ooit heb meegemaakt - en Christof de Vries, op en top gastheer. Het was altijd weer een opluchting als iedereen was geslaagd, zonder hen was dat nooit gelukt. Als docent voel je het toch als een nederlaag wanneer een leerling niet slaagt. Natuurlijk belanden niet al je leerlingen in de horeca, maar als je later leest dat een leerling aan de slag gaat in een sterrenrestaurant, maakt dat trots. Zoals Milton Verseput die nu één van de beste sommeliers is van Nederland. Dat is toch prachtig."

Proefkonijn


Eigen collectie

Willem raakt nog altijd enthousiast als hij praat over het werk met 'zijn' leerlingen. "Ik kwam natuurlijk uit de praktijk en dat werkte. De leerlingen op het vmbo zijn ook vaak praktijkgericht, alhoewel ik nu ook steeds meer geluiden hoor van leerlingen van havo en vwo die weer met de handen willen werken.”

De jaren in ‘t Proefkonijn, het schoolrestaurant, brengen warme herinneringen naar boven. "Die leerlingen - een uitzondering daargelaten - waren zo gemotiveerd. Als de andere leerlingen aan het einde van de middag naar huis gingen, moesten deze leerlingen gewoon nog aan de slag om te koken. Ze vonden het allemaal leuk. Werken met gemotiveerde leerlingen is zeer prettig. Krijg maar eens iemand aan de gang, die niet weet wat ie wil. Het was voor mij echt wel omschakelen toen de manier van lesgeven veranderde."

Dat het restaurant dichtging in 2014, kwam voort uit een verandering in het onderwijsaanbod op het vmbo. Daar werd een 'intersectoraal programma' ingevoerd wat inhoudt dat leerlingen in de bovenbouw niet langer werden verdeeld over de afdelingen Consumptief, Zorg en Welzijn, Techniek of Handel en Administratie. Er kwamen twee richtingen dienstverlening en commercie, techniek en commercie, waarmee elke leerling op het vmbo in aanraking komt, zodat hij of zij zich breed kan oriënteren. Hiervoor werd ook gekozen om een breed aanbod in stand te houden, ondanks een afnemend leerlingenaantal. Sinds drie jaar is de opleiding vernieuwd vmbo waarbij de leerlingen en keuze hebben uit vijf keuzeblokken.

Het vak van vakdocenten is een uitstervend beroep

"Ik begreep die keuze. En het is ook goed dat leerlingen zich breed oriënteren. Je kunt niet van leerlingen van die leeftijd verwachten dat zij een keuze voor het leven maken. Dat gebeurt nu op latere leeftijd, op het mbo. Uit onderzoek is zelfs gebleken dat de uitval het grootst is onder de groep die wel al zeker weet wat ze willen worden. Dat heeft te maken met het feit dat het beeld dat ze hadden van het beroep, dan toch tegenvalt. Maar met de verbreding, verdwijnt de verdieping. De leerlingen kregen bovendien geen acht uur praktijkles meer, maar nog maar 4. Als vakdocent is dat jammer."

In plaats van potten, pannen en snijtechnieken kwamen er ook andere lesvormen in het takenpakket van Willem. "Het vak van vakdocenten is een uitstervend beroep. Ik ben de laatste jaren dan ook al minder gaan werken. Leerlingen moesten ineens ook veel meer leren werken met Word en Excel. Gelukkig had ik daar zelf ook wel interesse in, maar het neemt niet weg dat de sluiting van ‘t Proefkonijn me veel deed. Het nieuwe onderwijs heeft er echter ook toe geleid dat er ook meiden in de techniek terecht kwamen en dat is een positieve ontwikkeling."

Bedrijfsleven

Zijn band met het bedrijfsleven verloor Willem in de twintig jaar dat hij op de OSG werkte nooit. "Ik ben samenwerking blijven zoeken met Texelse ondernemers en van beide kanten werkte dat ook altijd heel prettig. Ik heb goede herinneringen aan de samenwerkingen op het gebied van stages, dat was altijd goed geregeld, maar ook de bedrijfsmarkten bijvoorbeeld. Leerlingen moesten solliciteren voor stages en dan bellen en een brief schrijven. Dat vonden ze doodeng. 'Wat moeten we dan zeggen als we bellen?' Niet zo gek als je dat voor het eerst doet. Toen zijn we begonnen met oefenen met sollicitatiegesprekken op school. Het was prachtig om te zien hoe meerdere ondernemers daar graag aan meewerkten. Dat ging er heel serieus aan toe. Ik ben daar altijd nauw bij betrokken geweest. Soms moet je ook zoeken naar een nieuwe invulling. Voor de bedrijfsmarkten ging er veel tijd in zitten voor de deelnemende bedrijven. Bij restaurants of een timmerman was dan wel animo, voor een verzekeraar alweer een stuk minder, terwijl die er ook veel tijd in steekt. Met Gerjan Hebers van hotel Greenside uit de Koog die nauw betrokken is bij het MBO in Schagen hebben we een modus gevonden waarbij de leerlingen naar de bedrijven toe gaan."

Het onderwijs verandert

Als er één ding is wat Willem heeft geleerd in al die jaren, is dat het onderwijs constant verandert. "Ik ben zelf uit de jaren '50 en ging naar school '60 en '70. Toen was het heel anders dan nu. En toen ikzelf begon met lesgeven, begon je lesgeven nog wel eens met het controleren van het huiswerk. Nu is het meer 'Je denkt toch niet dat ik buiten schooltijd met huiswerk bezig ga'. Ik heb eerlijk gezegd de laatste vier jaar geen huiswerkcontrole meer gedaan. Het is geen waardeoordeel trouwens, het is een vaststelling van een verandering."

Geen verplichtingen

Op het moment van het interview, heeft Willem nog één rapportvergadering te gaan en dan zit zijn loopbaan op de OSG erop. "Ik ga het missen, maar ook niet heel erg. Ik kijk met veel plezier terug op deze twintig jaar. Het is nu wel mooi geweest. Ik ga lekker dingen doen bij Texel'94, maar ik ga geen bestuursfuncties meer doen. Ik loop daar al jaren rond, vanaf mijn 22-ste. Ik ben onder meer elftalbegeleider, lid van het jeugdbestuur en scheidsrechter geweest. Momenteel houd ik de websites nog bij en maak ik regelmatig teamfoto's. Dat soort dingen blijf ik doen en ik ben betrokken bij het zaalvoetbal. Verder doe ik misschien eens zaken als ze me vragen, maar ik ga geen verplichtingen aan. Dat lijkt me heerlijk."

De leerlingen

"Het contact met de leerlingen ga ik echt wel missen. Dat heb ik altijd heel erg leuk gevonden en volgens mij was dat in bijna alle gevallen wederzijds. Het lesgeven aan de leerlingen op het vmbo - als gezegd praktijkgericht - is een vak apart. Met het gepersonaliseerd leren - dat hebben we ook nog gehad natuurlijk - moesten ook wel eens docenten lesgeven aan het vmbo terwijl ze havo en vwo gewend waren. Dat ging niet altijd automatisch vanzelf. Verder ga ik ook de collega's missen natuurlijk. De vergaderingen niet. Er wordt tegenwoordig veel te veel vergaderd. Vergaderen is niet erg, maar het moet wel ergens toe leiden. Gisteren zag ik nog stukken binnenkomen over een teamvergadering. Toen bedacht ik dat dat over volgend schooljaar ging en dat ik daar niets meer mee hoefde."