Ik weet nog goed dat ik al jarenlang een ambtshalve bekende familie bijstond in het zuiden van het land. De zoon des huizes was wel eens betrokken bij een vechtpartij en dochterlief had de gewoonte om regelmatig proletarisch te gaan winkelen bij de buurtsuper. Ook als er wat was met een oom of een neefje schakelden ze mij als advocaat in. Keer op keer werd ik ingeseind als het weer loos was en samen met de wijkagent of reclassering probeerden we de familie op het juiste spoor te houden. Vader en moeder waren ook echt heel aardige mensen met een hart van goud. Ze wilden er alles aan doen om hun kinderen een betere toekomst te kunnen geven. En er was altijd koffie met koek als ik langskwam. Vader zei dan tegen mij: "Van der Velde, jij bent anders dan andere buitenstaanders, jij bent als familie.” Dat was een mooi compliment en sommige weken van het jaar zag ik deze cliënten in het zuiden van het land inderdaad vaker dan mijn eigen moeder.

Op een ochtend werd ik gebeld door een helemaal over zijn toeren zijnde vader van het gezin. Er was die ochtend om zes uur een arrestatieteam binnengevallen en zijn zoon was met handboeien om meegenomen naar het politiebureau. De Officier van Justitie was gekomen en het hele huis was ondersteboven gehaald. Ze hadden naar aanleiding van een anonieme tip wapens gezocht. Van de zolder tot de kelder hadden ze overal in huis gezocht. Uiteraard vroeg ik hem of er wapens waren aangetroffen in de woning. “Absoluut niet! Dat doen wij niet Van der Velde”, zei vader. “Gelukkig maar, dat is een pak van mijn hart”, zei ik. “Maar waarom is je zoon dan meegenomen?”, vroeg ik. “Lagen er drugs of zo in huis?” “Nee, geen drugs. Ze hebben geld gevonden en nu wordt hij verdacht van witwassen”, zei vader. “Bijna een half miljoen euro, maar het is ons spaargeld!” Ik viel even stil. Jarenlang had ik deze mensen zo goed als gratis van mijn diensten voorzien. Weliswaar altijd koffie met koek en aan vriendelijkheid geen gebrek. ”Maar, waar lag dat geld dan?”, kon ik mijn nieuwsgierigheid niet voor me houden. “Nou gewoon, dat hadden we in de wc-pot verstopt”, zei vader.

Ook tien jaar geleden had ik al veel zaken gedaan en ook echt van alles al meegemaakt. Maar nadat ik eerst verbijsterd was, kon ik ook een schaterlach niet onderdrukken. Het was allemaal heel ernstig en natuurlijk moest de strafzaak serieus worden aangepakt. Maar een wc van een half miljoen, dat vergeet je van je leven niet.

Vincent van der Velde, 

De Eilandadvocaat