Hoe bent u op Texel terecht gekomen? 

Na een geweldige jeugd in Gouda ben ik in de roerige jaren ’60 (provotijd) op mijn 16e het huis uitgegaan en in Leiden gaan wonen. Op die leeftijd denk je dat je de hele wereld aankan, een wereld die jij kan verbeteren. Uiteindelijk kwam ik na het behalen van mijn diploma aan de Haagse Sociale Academie in contact met iemand van de Algemene Stichting Voor Zorg- en dienstverlening (ASVZ) te Utrecht. Deze stichting exploiteerde landelijk een aantal tehuizen voor mensen met een (verstandelijke) beperking. Aan hen werd door een groep Texelse ouders het verzoek gedaan om het initiatief te nemen voor de oprichting van een ‘gezinsvervangend tehuis’. De situatie was dat de ASVZ al het oude weeshuis aan De Zes had aangekocht. Met ondersteuning van de gemeentelijke sociale dienst Texel werd deze voorziening opgezet. Aan mij werd gevraagd of ik daar samen met vier anderen zou willen werken.

Wat voor werk heeft u gedaan?

In overleg met mijn vriendin Nel, nu alweer bijna een halve eeuw mijn echtgenote, besloten we dit voor een paar jaar te doen. November 1973 ben ik op Texel gekomen en werkte als begeleider op De Texelse Reede. Na een aantal jaren werd het tijd om verder te gaan. Ik had een leuke baan op het oog als maatschappelijk werker bij een sociaal pedagogische dienst in Den Haag. Na een gesprek was ik aangenomen en snel terug van Den Haag naar Texel. Ik reed van de boot en kreeg het gevoel al thuis te zijn. Ik zag de schapen in het ruime wat druilerige landschap en er kwam een ongekende rust over mij heen. Ik dacht aan onze twee kinderen die nog op kleuterschool zaten. Ik dacht afwisselend aan de rust en gemoedelijkheid hier en de hectiek daar in Den Haag. Waar kun je kinderen beter opvoeden dan op Texel!

Ik heb Den Haag afgezegd en vanaf nu bleef het Texel! Een aantal zaken volgden elkaar snel op. Ik ben hoofd geworden van De Texelse Reede, we hebben de zorg uitgebreid op verschillende locaties in Den Burg en hadden een tak ‘ambulante dienstverlening’ erbij. Even later kwam ik in het managementteam van de ASVZ Noord-Holland, een snel groeiende organisatie. Na een fusie met de Stichting Voorzieningen Gehandicapten Noord Kennemerland ontstond Stichting De Waerden en uiteindelijk exploiteerden we als organisatie zo’n 35 voorzieningen in de Noordkop voor wonen, dagbesteding en ambulante dienstverlening. Ik zat regelmatig aan de overkant maar had ook op Texel kantoorruimte. Ondanks dat ik veel aan de overkant zat, bleef Texel mijn thuis. Na meerdere keren ernstig gedoe met mijn hart te hebben gehad, ben ik het uiteindelijk wat rustiger aan gaan doen en werkte ook veel vanuit huis. Begin 2014 ben ik met pensioen gegaan.

Wat doet u zoal in uw vrije tijd op Texel?

Ik schreef natuurlijk al lange, meestal saaie, beleidsnota’s maar nu kon ik mijn tijd besteden aan luchtige stukjes schrijven met veel humor. Verhalen interesseren ons en Nel en ik gaan graag naar vertelfestivals. We hebben veel contacten in dat wereldje zowel in Nederland als in Vlaanderen. Ook organiseren wij met een groepje mensen in De Waal het vertelfestival “Verhalen in de wind”.

Tijd besteden aan schrijven van luchtige stukjes met humor

We verhuisden in 2009 van Den Burg naar De Waal. Wat mij opviel was de bijzondere vormgeving van de kerk in het dorp. De kerk was het hele jaar gesloten, behalve de wintermaanden dan werd hij om de drie weken twee uurtjes gebruikt. Ik begon mij te interesseren in de architecten en vond het zonde dat dit bijzondere gebouw alsmaar gesloten was. Uiteindelijk kreeg ik een sleutel en geef ik soms rondleidingen in deze kerk. Een enkele keer organiseer ik ook concertjes in deze geweldige akoestische ruimte.

Hoe ervaart u de mensen op Texel?

De echte Texelaars zijn recht door zee. Ik vind het vooral prachtig dat voor de Texelaars Texel het middelpunt op aarde is. Texel staat centraal, de rest van de wereld is allemaal overkant, ligt er omheen. Men is nogal chauvinistisch en daar houd ik van.

Wat moet er op Texel vooral blijven zoals het is?

De rust en ruimte. Niet te veel rommelen aan dorpskernen, iets mag ook wel eens blijven zoals het is. Gedifferentieerdheid is mooier dan kanjerprojecten die veelal aan de overkant alweer achterhaald zijn. We hoeven echt niet mee in de vaart der volkeren, we moeten ons juist onderscheiden.

Wat zou er op Texel anders mogen?

Het zeer ingewikkelde parkeerbeleid. Wij vinden het inmiddels bijna normaal, maar voor een toerist is hier nauwelijks uit te komen. Het is ook niet echt gastvrij.

Wat verdient meer aandacht op Texel?

Ik hoop niet dat Texel vol gebouwd wordt met peperdure recreatiewoningen. Een gezin met een aantal kinderen en een beperkt budget moet hier ook een superleuke vakantie kunnen hebben.

Wie verdient een grote pluim op Texel?

De zorg. Verpleeghuiszorg, huisartsen, gehandicaptenzorg, thuiszorg, enz. enz. enz. We hebben het toch maar allemaal op het eiland en er wordt hard gewerkt. Het is best bijzonder gezien het aantal inwoners. Houden zo!

Hoe kijkt u tegen het toerisme aan?

We hebben de toeristen nodig, het levert veel geld op. Het geeft ook voor iedereen op Texel een beetje het vakantiegevoel. Het mag wel wat minder druk. Vol is vol en dus niet overvol graag.

Hoe gaat u om met het coronavirus?

Ik val in de categorie “oud met onderliggende problemen”, we moeten ons even gedeisd houden. Eigenlijk is het voor ons niet veel anders, behalve dan dat de winkelwagentjes bij de supermarkten eindelijk eens wat schoner zijn.

Wat doet u over vijf jaar?

Ik denk dat ik over vijf jaar met Nel in de tuin zit en zeg: “Wat was ook alweer de naam van die ziekte vijf jaar geleden? Dat virus waardoor Texel in rust kwam, die adempauze voor mens en natuur, die streeploze blauwe lucht, die enorme stilte om ons heen en dat Maxima het toch aandurfde langs te komen. Was dat niet iets van carona ofzo?” Ik hoop dat iedereen de schade te boven is gekomen.